

Op zaterdag 9 september 2023 is er een kleine knusse markt rondom de kerk.
Van oorsprong 15e-eeuwse kerk gewijd aan de heilige Catharina.
Nadat in de 13e eeuw een klein Catharinekerkje was gebouwd in de huidige Catharinastraat, werd in de 15e eeuw aangevangen met de bouw van een nieuwe, grotere kerk. Goedereede was door handel en visserij welvarend geworden en had stadsrechten gekregen (1312). Met de welvaart werd de stad Goeree samen met het nabijgelegen buurtschap de Oostdijk tot een zelfstandige katholieke parochie verheven. De nieuwe kerk die vervolgens werd gebouwd was oorspronkelijk een éénbeukig (rechthoekig) oost-westgericht bouwwerk. Het altaar stond in het oostgedeelte (ter hoogte van de huidige ingang).
Omstreeks 1467 begon men met de bouw van een stevig gefundeerde toren. De ambitie was een grote van verre zichtbare toren te bouwen. Bovendien breidde men het kerkgebouw aan de noordkant uit met een zijbeuk, zodat de kerk inwendig een rij pilaren kreeg.
De toren stond eerst los van de kerk. Uiteindelijk werd de kerk zo groot dat hij aansloot op de toren.
In 1482 woedde er een grote stadsbrand. Vele houten huizen gingen in vlammen op, echter de hoofdkerk bleef gespaard. Men bouwde verder totdat er 14 altaren waren, gewijd aan allerlei heiligen. Er waren twee orgels, een grote voor de begeleiding van de wekelijkse kerkdiensten en een kleine ten behoeve van het kerkkoor. In 1514 en 1516 werden beide orgels vernieuwd. In die tijd was Adriaan Floriszoon Boeyens (1459-1523), zoon van een Utrechts timmerman, sinds 1496 pastoor van de Goereese parochie. Hij woonde niet in Goedereede. Deze pastoor Adriaan zou later Paus Adrianus VI worden. Een beeld van Adrianus staat bij de ingang van de toren. Na de reformatie werd de regio Protestants.
Door het dichtslibben van de haven verloor Goedereede haar centrale positie, en de welvaart liep terug. Het kerkgebouw was te groot voor de kleine gemeenschap. Slechts enkele huizen waren van steen en het kerkgebouw was in verval. In 1631 werd met subsidie van de Staten van Holland de bouwvallige kerk gerepareerd. In 1695 besloot men tot afbraak van de kerk en tot de bouw van een nieuw Godshuis. Pas in 1708 slaagde het Stadsbestuur er in om hier financiering voor te krijgen. Het was de hoogste tijd, want stormen rond 1700 deden dak en muren instorten, zodat een steeds kleiner gedeelte van de kerk kon worden gebruikt. Het kerkje werd gebouwd in een hoek van de grote kerk. Het werd een eenvoudige protestantse kerk met alles gericht op de kansel die in het westdeel van de kerk werd gezet. Kerk en toren waren ook niet meer verbonden.
De galerij werd pas gebouwd in 1760, toen er weer behoefte was aan meer zitplaatsen. In 1796 werd de kansel vernieuwd. Van een orgel was toen geen sprake. Een voorzanger gaf de toonhoogte en de melodie aan. In het begin van de 19e eeuw onderging Goedereede een korte bloeitijd. De gevels van de huizen aan de Noordzijde- en Zuidzijde Haven werden aangepast, en ook de kerk onderging aanpassingen. Over de stenen zerkenvloer werd een houten vloer gebouwd. Daarop kwamen de nu nog aanwezige banken met neogotische versieringen. De ramen kregen fraaie omlijstingen en de balken werden “bekleed” met ornamenten. De pilaren onder de galerij werden vervangen. Ook werd er een orgelfront gebouwd, wat er vandaag de dag nog steeds staat. Een orgel volgde in 1708.
Naast de kerk staat een gebouwtje dat eerder onderdeel uitmaakte bij de oorspronkelijke kerk, en bij de herbouw van de kerk in 1708 was blijven staan. Het was in die tijd een timmerwerkplaats en opslagruimte geworden. Deze ruimte werd wederom bij de kerk getrokken en ingericht als consistoriekamer.
Kerk en toren staan vandaag de dag nog steeds los van elkaar. De grafzerken in de open ruimte tussen de twee bouwwerken herinnert aan de grotere versie van het kerkgebouw dat hier heeft gestaan. De gebouwen zijn vandaag de dag nog steeds markante onderdelen van Goedereede en staan beiden als Rijksmonument geregistreerd.