


Kleine der A 7/Schuitemakersstraat 18-22 is vrijstaand gesitueerd aan de kade van de Kleine der A op de hoek met de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat en bestaat uit twee bouwlagen met een schilddak met de nok evenwijdig aan de kade. Het gebouw werd gebouwd in 1872 als rioolpompgemaal naar ontwerp van stadsarchitect J.G. van Beusekom om het riool in de binnenstad door te kunnen spoelen met water uit de A. Oorspronkelijk stond tegen de zuidelijke kopgevel een forse gemetselde schoorsteen voor het afvoeren van de rookgassen van de stoommachine. Deze is waarschijnlijk gesloopt in 1907 toen een elektrische pomp het werk van de stoommachine overnam. Toen zijn ook de beide topgevels gesloopt. In 1926 nam de brandweer een gedeelte van het gebouw in gebruik omdat toen het rioleringsstelsel werd vervangen en het doorspoelen van de rioolbuizen niet langer nodig was. In 1928 werd het zuidelijke gedeelte van de begane grond verbouwd tot transformatorstation van het Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf. In 1955 volgde een ingrijpende verbouwing waarbij het middengedeelte van de begane grond eveneens werd bestemd tot transformatorstation; de verdieping werd heringericht tot twee woningen. Als gevolg van deze verbouwingen zijn diverse venster- en deuropeningen dichtgemetseld en werden in de achtergevel vensters toegevoegd.
WAARDERING
Het exterieur van het pand Kleine der A 7/ Schuitemakersstraat 18 – 22 is van algemeen belang voor de gemeente Groningen:
• vanwege de cultuurhistorische waarden, vanwege zijn betekenis voor de sociaal-economische ontwikkelingsgeschiedenis van de stad Groningen, in het bijzonder die van de ontwikkeling van het rioleringsstelsel in de 19e eeuw ter verbetering van de volksgezondheid;
• vanwege de stedenbouwkundige waarden, tot uiting komend in zijn situering als geheel vrijstaand gebouw dat de westelijke beëindiging vormt van het bouwblok Schuitemakersstraat – Munnekeholm – Reitemakersrijge – Kleine der A, op een plaats waar op de kade van de Kleine der A sinds de 17e eeuw al bebouwing stond. Het achtergelegen straatje is in dit verband ook van belang. Het gebouw maakt deel uit van het Beschermd Stadsgezicht Binnenstad en is van belang vanwege zijn straatbeeldkwaliteit;
• vanwege de architectuurhistorische waarden, tot uiting komend in de karakteristieke 19e-eeuwse hoofdopzet en architectuur, typerende gevelindeling met risaliet en hoekpilasters, de herkenbare opzet en functie van een 19e-eeuws utiliteitsgebouw met op de begane grond alleen maar deuren met karakteristieke rondbogen en deels nog gietijzeren ramen met rondboogtracering en vanwege de zorgvuldige detaillering van de ontlastingsbogen;
• vanwege de relatieve zeldzaamheid, omdat er – ondanks de versoberde architectuur – van dit type 19e-eeuwse utiliteitsgebouwen maar weinig van bewaard zijn gebleven in de stad Groningen.