SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host
De St. Victorkerk
De huidige Victorkerk zou ontstaan zijn uit een boerderij die na de Reformatie diende als schuilkerk. De boerderij met de bijbehorende grond zou eigendom geweest zijn van de familie Verdel en aan de kerk geschonken zijn door ene Gertruda Verdel, dochter van Jan Gerritse en Trijntje Pieters.
Eerder hadden de katholieken een eigen kerk in het centrum van het dorp, de Witte kerk, die na de reformatie echter blijvend aan de protestanten werd toegewezen.
Het oude kerkje was, volgens een opgave uit 1810, tien bij achttien meter groot en had ongeveer 250 zitplaatsen. De kerk had geen toren en vormde samen met de pastorie één geheel. De theorie dat kerk en pastorie ontstaan zijn uit een boerderij is daarom niet onwaarschijnlijk. Het oude kerkje lag op het tegenwoordige kerkplein.
In 1851 werd de kerk afgebroken vanwege de slechte staat waarin het al jaren verkeerde en werd er vlak naast een nieuwe kerk gebouwd. De pastorie die in 1846 was opgeknapt bleef staan.
Al snel bleek dat de kerk te klein was en daarom werd in 1897 besloten tot uitbreiding. De kerk werd met één vak verlengd en vergroot met een dwarsschip. Door de verbouwing werd de kerk bijna twee keer zo groot en had ongeveer 700 zitplaatsen.
In 1938 werd de stenen toren geplaatst, Deze kwam in de plaats van de houten toren die onherstelbaar aangetast bleek te zijn.
In de jaren ’60 is het interieur van de kerk gemoderniseerd.
De pastorie werd in 1846 en in 1864 verbouwd. In 1864 werd een geheel nieuw voorstuk aangebouwd. Tijdens een derde verbouwing in 1898 werd het grootste gedeelte van de pastorie gesloopt en opnieuw opgebouwd. Alleen het nieuwe voorstuk uit 1864 bleef staan. In 1940 volgde een vierde verbouwing.
De kosterswoning , die ook op het terrein staat, werd in 1938 gebouwd. De bijzondere gevelsteen toont een man met een lantaarn in de hand, met als onderschrift ‘L.K 1:76’. In deze bijbeltekst word gesproken over Johannes als wegbereider voor Christus. Dit was bedoeld als zinspeling op één van de kosterstaken, namelijk het voorgaan met lantaarn en bel van de priester, wanneer deze het Ons Heer naar een zieke bracht.
De garage van de kosterswoning huisvestte tot 1967 de bibliotheek van de kerk. Na 1970 werd de oude bibliotheek in gebruik genomen als dekenaat kantoor. Van ongeveer 1978 tot 1981 was het pand in gebruik als mortuarium.
Het kerkhof bij de kerk dateert van 1829. Voor die tijd hadden de katholieken van Noordwijkerhout geen eigen begraafplaats en werden de doden bijgezet op de algemene begraafplaats.