
Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648 kwam er een einde aan de openbare uitoefening van de katholieke religie en moesten de katholieke Tilburgers uitwijken naar een kerk net over de grens in Steenvoort onder Poppel. In 1691 hebben de Staten-Generaal in Den Haag toestemming gegeven om op ‘t Heike een schuurkerk te bouwen. In 1698 kwam voor het noordelijke deel op ’t Goirke een vergelijkbare schuurkerk tot stand, die in de loop der tijd enkele keren werd verbouwd. De schuurkerk van ’t Goirke was in het begin van de negentiende eeuw te klein geworden. Inmiddels had koning Willem I in 1821 het besluit genomen dat de oude Tilburgse kerk (Heike) aan de katholieke gemeenschap zou worden teruggegeven. Maar ’t Goirke bleef voorlopig nog aangewezen op de schuurkerk.
In 1835 werd de eerste steen voor een nieuwe kerk gelegd en in 1839 is de nieuwe kerk ingewijd. Het was een ontwerp van architect Hendrik Essens (1776-1845) uit Oisterwijk. De kerk had een drie-beukige indeling en de voorgevel werd bekroond door een ‘peperbus’ ofwel een torentje met koepel. Het was een zogenaamde Waterstaatskerk; een kerk gebouwd onder toezicht van ingenieurs van Rijkswaterstaat. In 1902-1903 kreeg de kerk een nieuwe voorgevel met torenspits in neogotische bouwstijl. Architect was François de Beer (1873-1960). In 1938 werd begonnen met een totale nieuwbouw van het gebedshuis, uitgevoerd door Kees de Bever. De torenspits uit 1902 is in 1966 weer afgebroken.
In de voorgevel zijn twee gietijzeren beelden van het H. Hart en van O.L. Vrouw van het H. Hart uit 1904 te zien. Deze zijn vervaardigd door ijzergieterij Fa. W. van der Schoot uit Tilburg.
Enkele interieurstukken zijn van Belgische kunstenaars, zoals het schilderij de ‘Onthoofding van de H. Dionysius’ van de Luikse historieschilder Antoine Wiertz uit 1842 en de preekstoel van de Antwerpse beeldhouwer J.J. Peeters uit 1853.
De kerk is onlangs gerestaureerd. De nieuwe aularuimte in het noordtransept is een functionele accommodatie voor koorrepetities, vergaderingen en diensten in de winterperiode.