Wie weet nu niet waar de brandweerkazerne van Voorschoten zit!
Velen zullen het tegenwoordig wel weten te vinden, tegenover de sporthal aan het Burgemeester van der Haarplein. Een gebouw met verschillende roldeuren met daarachter nog vaag iets roods te zien. Begin 19e eeuw was er in het dorp een brandspuithuis aan de Kerksloot op de plek waar nu Molenlaan 9-15 is naast het voormalige slachthuis. Later is op nagenoeg dezelfde plek een brandweerkazerne gebouwd. Sinds 10 december 1976, legging van de 1e steen zit de brandweer op de huidige locatie.
In diezelfde tijd waren er op verschillende locaties brandspuiten gestationeerd in Voorschoten. Twee in het dorp in het brandspuithuis: één bij de Zilverfabriek, één op de Rijndijk bij metselaar Vreeburg en één bij kasteel Duivenvoorde. Twee van de vijf brandspuiten verkeerden niet meer in goede staat zoals bleek bij de jaarlijkse oefening in begin augustus 1883.
Enige dagen later -8 augustus 1883- brak er in het centrum van Voorschoten een fikse brand uit. Het blussen verliep niet vlot en men vreesde een ramp. De bestuurder van de stoomtram werd door burgemeester Treub vriendelijk, doch dringend verzocht de brandspuit bij de Zilverfabriek te gaan halen. Zo gezegd, zo gedaan en een ramp bleef uit. Nog geen 2 maanden later werd er een contract getekend voor twee nieuwe brandspuiten bij de firma Bergen in Heiligerlee voor een bedrag van 2.400,= gulden. Deze zuig-/persbrandspuiten zijn nu nog steeds aanwezig in het museum. Eveneens zijn 3 lederen emmers te bewonderen die in de 16e eeuw middels een menselijke ketting aan elkaar werden doorgegeven waarmee een primitief ‘brandweerapparaat’ werd gevormd.
In 1921 kwam er wederom een ommekeer bij het brandweermaterieel. Een motorbrandspuit deed zijn intrede. Deze op een bandenwagen gezette spuit kon door een paard worden voortgetrokken naar het brandobject. Het paard werd in 1924 vervangen door een Chevrolet transportauto van de gemeente. De eerste echte Voorschotense brandweerauto kwam in 1931. Het was een manschappen- en gereedschappenauto van het merk Mercedes Benz, die door het leven ging als ‘Spuit 31’. In 1944 werd het voertuig door de Duitsers gevorderd en pas in 1946 hoorde men dat het voertuig als verloren kon worden beschouwd.
In 1934 had de gemeente ook een open brandweerauto met houten opbouw gekocht van het merk Ford. In totaal 14 man kon op de wagen zitten in weer en wind. Het tenue bestaande uit laarzen, oliepak en helm boden iets van bescherming tegen de kou.
Voorschoten heeft ooit ook nog een ladderwagen gehad. De oude Chevrolet as-auto (=vuilniswagen) van de gemeente werd voorzien van een ladder en een nieuwe cabine.
De Voorschotense vrijwillige brandweer was ondertussen goed voorzien van brandweermateriaal maar vanwege de oorlog en de vorderingen door de Duitsers bleef onderhoud uit en verslechterde de conditie van de voertuigen. Eind 1941 werd er door het gemeentebestuur opdracht gegeven om een lokale vuilniswagen om te bouwen tot brandweerauto. De cabine werd verlengd en achterin werd een pomp geplaatst. Er was plaats voor 10 personen. Deze brandweerwagen is tussen 2009 en 2011 gerestaureerd in 2250 uur en een rijdend cultureel erfgoed geworden. In de brandweerkazerne is Spuit 41’, het bouwjaar van de auto dan ook te bewonderen.
Voor het blussen van brandweer had iedere burger tot 29 december 1927 een dienstverplichting om bij een calamiteit op te komen. Hiervoor was door het gemeentebestuur een reglement afgegeven. Op 1 januari 1928 werd het brandweerkorps van Voorschoten vrijwillig!
Alle hierboven genoemde brandweermiddelen en nog veel meer oud materiaal uit de 19e en 20e eeuw is te bezichtigen in het brandweermuseum Voorschoten, dat op 1 juni 2019 zijn deuren opende.
Bron: Brandende kwesties in Voorschoten, J.H.M. Sloof (1982)