Daar de toren in de Tachtigjarige oorlog is gesloopt en het schip in 1682 afbrandde, zijn van de kruiskerk uit 1402 alleen dwarsschip en koor over. Deze werden tijdens de laatste oorlog zwaar beschadigd. De kerk is gerestaureerd in 1952-1957.
Tegen de zuidzijde van het koor ziet u een vierkante traptoren; tegen de oostzijde van het dwarsschip aan iedere zijde van het koor een veelhoekige neven-absis, herbouwd bij de restauratie. De consistoriekamer en de toegang zijn bij de restauratie nieuw gemaakt. Op de viering is een houten torentje, aangebracht bij de restauratie. Koor en dwarsschip worden overkluisd door kruisribgewelven, die bij de restauratie opnieuw zijn aangebracht. De sluitstenen, waar de gewelfribben bij elkaar komen, zijn bij de laatste restauratie van nieuwe motieven voorzien; vissen en kruis. De nieuwe kraagstenen bij de geboorte van de gewelven tonen fraai beeldhouwwerk in de vorm van figuurtjes die een boek in hun handen klemmen.
De kerk bezit een eikenhouten preekstoel, gedateerd 1687 met koperen lezenaar uit 1722 en zandloperhouder en een marmeren doopvont met bronzen deksel, gesigneerd firma Max Münster i.w.1857 met daarop afbeeldingen met vier Christussymbolen te weten lam, pelikaan, vis en hert. Aan de achterzijde van de kerk staat een stenen zonnewijzer. Daarnaast bezit de kerk twee fraaie koperen kronen, afkomstig uit de kerk van Appeltern.
In een gesneden orgelkast met bekronende beelden bevindt zich een eenklaviers orgel omstreeks 1870 gemaakt door de Amsterdamse orgelbouwer Hermanus Knipscheer. Bij de restauratie van 1953-1957 kreeg het orgel een nieuwe kast. Na een jaar restaureren door orgelmaker van Eeken is het orgel op 7 december 2002 weer in gebruik genomen.