Monument

Bollenschuur

Adres

Veurseweg 265, Voorschoten

In het kort

  • Laatste in Voorschoten resterende bollenschuur
  • Nu functie als tuinwinkel

Achtergrondinformatie uitklap icoon

Bij bloembollen denken we vooral aan de Bollenstreek: het gebied tussen Voorhout en Hillegom. Maar in de eerste helft van de vorige eeuw werden er ook in onze streken volop bloembollen geteeld.
Carolus Clusius nam rond 1570 de tulp mee vanuit Turkije (oorspronkelijk uit Perzië). Er werd door de eeuwen heen in gehandeld, maar twee belangrijke factoren leidden zo rond 1880 tot een sterke ontwikkeling van de bloembollenhandel en de opkomst van de Bollenstreek: de opkomst van het Britse imperium en het vrije handelsverkeer, evenals de afspraken over de hoogte van de grondwaterstand. De bollencultuur is een rijke toevoeging geweest aan de economische groei van Voorschoten in het eind van 19e en de eerste helft van de 20ste eeuw.
Agrarisch Voorschoten kende in de 18e en begin 19e eeuw, naast veeteelt, nog relatief veel akkerbouw. Dit nam echter langzaam af, mede door het geleidelijk inklinken van de veengebieden, waardoor deze te drassig werden voor akkerbouw en nog slechts geschikt waren voor het weiden van vee. Ook kwam er aan het eind van de 19e eeuw veel graan uit Amerika tegen lage prijzen waarmee de Nederlandse akkerbouw niet kon concurreren.
De veengronden ontwikkelden zich verder tot weidegebied en op de hoger gelegen gronden ontstond tegen het einde van de 19e eeuw de teelt van bollen, tuinbouwproducten en bloemen. De teelt van deze producten vond plaats voornamelijk tussen de Veurse/Leidseweg en het spoor, in de nabijheid van het centrum, langs de Papelaan en in de Zuid-Hoflandse polder. De bollenteelt, die in feite maar enkele 10-tallen hectares besloeg van de ruim 100 ha waarop groente, fruit en bloemen werden geteeld, floreerde vooral langs de Veurseweg, waar de oude strandwallen met hun kalkrijke geestgronden uitermate geschikt waren voor deze vochtgevoelige gewassen. Het goede wegennet en de nabijheid van grote steden stonden garant voor een goede afzet.
Tussen 1880 en 1910 vervijfvoudigde de exportwaarde van bloembollen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kon er niet meer worden geëxporteerd naar Engeland, Duitsland en Oostenrijk, maar na deze oorlog breidde de bollenteelt zich nog sterk uit. Men had namelijk ontdekt dat het broeien van de bollen in verwarmde ruimtes tot vervroegde bloei leidde, waardoor de bloei kon worden aangepast aan het gewenste bloeiseizoen in het land van bestemming.
In de jaren 1920 ging veel export naar Engeland, de VS en Scandinavië, maar door het grote succes ontstond er in de jaren ‘30 overproductie. De Tweede Wereldoorlog temperde dit effect uiteraard; het was alleen toegestaan te exporteren naar Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Na de oorlog werden er 2 miljard bollen geëxporteerd en 1 miljard bestemd voor snijbloemen. Arbeid werd duur en er kwam meer mechanisering en bestrijdingsmiddelen. Alleen het pellen bleef handwerk. Getrouwde vrouwen werden ingezet om dit werk te doen, maar in de jaren 1950 nam ook dit aanbod af. In Voorschoten, maar ook elders, was er na de oorlog behoefte aan nieuwe woningen en zo werden de tuinbouwgebieden massaal onteigend voor de bouw van nieuwe woonwijken. Dat had een zekere logica: de tuinbouwgronden lagen op de uitlopers van de strandwallen en waren in eerste instantie meer geschikt voor woningbouw.
Bij de teelt van bollen, groente en fruit en bloemen hoorden bedrijfsgebouwen, zoals kassen en bollenschuren. Bollenschuren, die tegenwoordig tot het industrieel erfgoed worden gerekend vanwege hun betekenis voor het voorbije tuinbouwverleden en hun zeldzaamheid, waren er toen in overvloed: eenvoudige houten gaasbakkenschuren met droostellingen die een deel van de constructie van de schuur vormden, bijvoorbeeld. Dit waren de vroegste, gebouwd tussen 1850 en 1890 meestal met een zadeldak of mansardedak. Tussen 1890 en 1900 kwamen de stenen schuren, de meeste met 2 verdiepingen.
Vanaf 1910 werden stenen schuren gebouwd met een plat dak en 2 of 3 verdiepingen. Tot deze categorie behoort deze schuur van B. Hoogwerff Kroon, die dateert uit 1931.
Kenmerkend voor bollenschuren in zijn algemeenheid is de eenvoudige vorm: een rechthoekig grondplan, drie verdiepingen, een plat dak. Het grootste deel van de schuur was bedoeld voor opslag; een kleiner deel voor de verwerking van de bollen. Waarbij de oorspronkelijke toegangsdeuren zich bevonden in het deel dat bestemd was voor de verwerking (in het geval van deze schuur is dat het achterste deel). Alle vier de buitenmuren werden (en worden nog steeds) onderbroken door regelmatig geplaatste ramen. De ramen en openslaande deuren in dit type bollenschuur hebben altijd een heel belangrijke functie gehad: door de juiste ramen tegen elkaar open te zetten, zorgden ze voor de ventilatie in de schuur, met name in dat deel van de schuur dat bestemd was voor de opslag van bollen. Men had al vrij snel ontdekt dat vocht dodelijk was voor de kwaliteit van de bollen en de remedie daartegen was voldoende ventilatie, eventueel aangevuld met verwarming.
Vanaf 1925 voltrok zich in de bollenteelt een kleine revolutie: de bollenboeren stapten over van natuurlijke ventilatie op geforceerde ventilatie. Openslaande deuren en ramen niet meer nodig. De ramen dienden hermetisch afsluitbaar te zijn (net zoals je in de auto de ramen goed sluit wanneer de airco wordt aangezet). Als we dan nog eens goed naar deze bollenschuur kijken, zien we boven en onder de ramen ventilatieopeningen. De derde verdieping aan de straatzijde wijkt af: de ventilatieopeningen bevinden zich hier naast de ramen. Dat heeft wellicht te maken met de plaatsing van het ‘naambord’ met daarop de naam van de eerste eigenaar.
Als bouwjaar van deze Bollenschuur geldt 1931. Maar als bollenschuur was de Bollenschuur geen lang leven beschoren. Dat heeft simpelweg te maken met het feit dat de bollenteelt in Voorschoten nooit een succes is geworden. Deze Bollenschuur is de meest zuidelijke van alle bollenschuren en bevindt zich daarmee aan de rand van het voor de bollenteelt geschikte gebied. De opbrengsten vielen tegen, waardoor de Bollenschuur maar betrekkelijk kort als zodanig heeft gefungeerd. De Bollenschuur is nog een tijdlang in gebruik geweest als woonhuis.
Tegenwoordig is er in het voorste deel een winkel van tuinbenodigdheden gevestigd terwijl het achterste deel in gebruik is als bistro. Daartoe dienden er wel wijzigingen aan het pand te worden aangebracht, zoals de grote deuren, die toegang geven tot de Tuinwinkel. De Bistro, achterin, maakt nog steeds gebruik van de originele deuren, die toegang gaven tot het voor verwerking bedoelde deel van de schuur. Dit hergebruik is ook het behoud van de Bollenschuur geweest. Daarmee is de Bollenschuur een heel mooi voorbeeld geworden van de vindingrijkheid van ondernemende mensen om een bouwwerk dat zijn oorspronkelijke functie verloren had, een nieuw leven te schenken.
Het is dan ook volledig terecht dat de Bollenschuur in 2014 bekroond is met de Zwarte Tulp Prijs. Daarbij was de jury vooral onder de indruk van de deskundigheid waarmee de eigenaar van de Extra Vert Tuinwinkel het pand had gerenoveerd.

Bron: Beelden van bollenschuren. Cultuurhistorisch onderzoek bollenschuren, Max Popma, 1998.

Voor de liefhebbers: er waren nog veel meer bollenschuren in Voorschoten: een hele fraaie van Ingenhoes van Schaik op de hoek Oranjekade/Papelaan; van Warnaars aan de Leidseweg (plek voormalige bakkerij Steinebach); van J. Gerritsen, twee schuren net ten zuiden van de Rosenburgherlaan; en van de Bruin op de hoek van de Leidseweg/Elstlaan. De gebroeders Eggink hadden er al zo’n 5 langs de Papelaan en aan de Woelwijcklaan (die gebouwen staan er nog), van Warmerdam op de plek van de huidige Van Hamellaan, van Ravensbergen en wellicht nog veel meer.
Wat er tegenwoordig nog rest zijn de huizen van de voornaamste bollentelers, stille getuigen van de rijkdom die de bollenteelt bracht. Het huis van Eggink op de hoek van de Papelaan en de Veurseweg; het huis van J. Gerritsen, Veurseweg 85; het huis van De Bruin, Leidseweg 111. Ook Hoogwerff Kroon, de voormalige eigenaar van deze bollenschuur, woonde in een prachtige villa, net over het spoor, nu verdwenen.

Wist je dat?

Laatste in Voorschoten resterende bollenschuur

Deel dit monument

Adres

Veurseweg 265, Voorschoten

In het kort

  • Laatste in Voorschoten resterende bollenschuur
  • Nu functie als tuinwinkel

Achtergrondinformatie

Type monument:
Boerderij
Oorspronkelijke functie:
Bollenschuur
Huidige functie:
Tuinwinkel
bekijk alle monumenten in
Voorschoten