
De eerste duidelijke vermelding van De Eese dateert uit 1402, als leengoed van de Bisschop van Utrecht. In de 15e eeuw werd het gebied tot “Heerlijkheid” verheven: het werd een apart schoutambt met eigen bestuur en rechtspraak. In 1443 kreeg de Heerlijkheid het recht om een eigen wapen te voeren: een gouden schild, met zwart afgezet, met daarop het bovenlijf van een wolf met een vuurrode tong. De geel-zwarte kleuren zijn nog terug te vinden op de geschilderde luiken van de boerderijen en andere gebouwen op De Eese.
Slotje
Het huidige “Slotje” of “Hooge Huys” verving in 1619 de oude woning van de Heer van de Eese. Het slotje staat op een ronde omgrachte terp. Restanten van een oudere omgrachting wijzen op een groter slot, dat er in de 14e eeuw moet hebben gestaan.
Landhuis
Na 1915 kwam het landgoed in bezit van Onnes van Nijenrode, die in 1917 een tweede middelpunt op de buitenplaats liet bouwen: het grote houten landhuis. In hetzelfde jaar werden in dezelfde stijl ook de rentmeesterwoning en de paardenstal annex koetshuis gebouwd. De panden werden als bouwpakket uit Noorwegen aangevoerd en hier in elkaar gezet.
Tuin- en parkaanleg
De historische tuin- en parkaanleg van de historische buitenplaats De Eese wordt gekenmerkt door een sterke tweedeling, die rond 1917 ontstond. Met de bouw van het nieuwe landhuis werd daar omheen een nieuwe parkaanleg in landschapsstijl aangelegd. De zeer eenvoudige parkaanleg rond de oorspronkelijke havezate, die voornamelijk bestaat uit een lanenstructuur, omzoomd door eiken en kastanjebomen is in de 17e, 18e en vroege 19e eeuw tot stand gekomen. De rechthoekige structuur van lanen omgeeft rechthoekige percelen bouw- en weiland.
Rond het landhuis werd een parkaanleg in landschapsstijl gerealiseerd. Deze parkaanleg is nog in zijn geheel aanwezig en kenmerkt zich door vijf zich ten opzichte van het landhuis radiaalgewijs uitstrekkende doorzichten over wei- en bouwlanden.
In 1923 werd de familie Van Karnebeek eigenaar van de buitenplaats. Jhr. mr. Dr. Herman Adriaan van Karnebeek, toen minister van Buitenlandse Zaken, kocht de buitenplaats uit het faillissement van Onnes van Nijenrode.