

Deze inpandige hoogleraarswoning is speciaal voor professor Anton Hendrik Blaauw ontworpen. De woning maakt onlosmakelijk deel uit van het laboratorium voor Plantenfysiologie dat in 1922 op de Wageningse Berg wordt opgericht. Dit is een belangrijke voorwaarde voor Blaauw om zijn werk goed uit te kunnen voeren. Hij moet niet alleen tijdens kantooruren maar ook bij nacht en ontij uitstaande proeven kunnen bestuderen. Een andere eis is de ligging ten opzichte van de zon. Om optimaal gebruik te kunnen maken van het zonlicht wordt het pand dwars op de berg geplaatst. Zo kan het licht rijkelijk naar binnen vloeien. Met zijn werkdrift zal Blaauw een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de bloembollenteelt gaan leveren.
Het complex Schip van Blaauw is overigens nog net op tijd klaar, juist voor de diepe economische recessie toeslaat in de jaren twintig van de vorige eeuw. De kort ervoor opgerichte Landbouwhogeschool (1918) heeft namelijk grootse plannen met het terrein waar Plantenfysiologie deel van uitmaakt. De omgeving van Hinkeloord moet namelijk gaan functioneren als onderzoeksterrein voor de jonge vakgroepen. Maar daarnaast zou een complete campus op Wageningse Berg moeten verrijzen. Uit het ontwerp van H.F. Hartogh Heys van Zouteveen uit 1918 blijkt dat er allerlei onderzoeks- en bestuursgebouwen staan gepland. Nadat rijksbouwmeester Teeuwisse met dure bouwwerken als het Schip maar ook het laboratorium voor Microbiologie veel van het budget heeft opgesnoept, blijkt er geen geld meer voor aankoop van verdere gronden op de berg. De plannen moeten dan ook, voorlopig, in de ijskast.