
Laatgotische kerk bestaande uit een driezijdig gesloten koor uit omstreeks 1400, een driezijdig gesloten zuidelijk dwarspand uit het begin van de 15e eeuw, een recht gesloten noordelijk dwarspand uit het midden van de 15e eeuw; een driebeukig schip waarvan de drie oostelijke traveeën uit dezelfde tijd en dezelfde stijl zijn als het koor, de drie westelijke traveeën hoger en breder, tot een nieuw bouwplan uit het einde van de 15e eeuw behoren, evenals de westtoren. Bij de aansluiting van koor en noordtransept een sacristie uit de vroege 16e eeuw. Rijk ontwikkelde steunberen aan het laat 15e eeuwse deel van het schip. De toren, welks zuidwesthoek in 1612 is ingestort en die pas in 1911 is gerestaureerd, heeft overhoekse steunberen, is rijk aan met natuursteen versierd en door recht- en en spitsboogvormig afgedekte spaarvelden in de vier geledingen bezet.
Inwendig achtkante pijlers in het oudste gedeelte van het schip, zuilen in het jongste, houten tongewelven in de sacristie, een stergewelf over de benedenruimte, een kruisribgewelf in de verdieping. De restauratie van het gebouw is in 1956 voltooid. Muurschilderingen apostelfiguren op de pijlers, op de oostwand van het zuidtransept: Christus op de koude steen onder het kruis, omringd door de lijdenswerktuigen. Tegen de torenwand is de tekst van de Tien Geboden geschilderd, in gotische minuskels. Eiken kansel en doophek uit de 17e eeuw. Klokkenstoel met gelui bestaande uit een klok van A.Petit, 1750 met diameter 120 cm, een klok van S.Butendiic, 1475 met diameter 83 cm en een klok, hergoten door Petit en Fritsen, 1948met diameter 104cm. Diverse 16e en 17e eeuwse grafzerken.
Van oorsprong orgel met Hoofwerk en Rugwerk, in 1728 gemaakt door T.Houben uit Ratingen (D) voor de Waalse kerk in Dordrecht. Later vermaakt tot orgel met Hoofdwerk en Onderpositief door P.J. Geerkens. In 1869 overgeplaatst naar deze kerk. In 1958 gerestaureerd en uitgebreid met een vrij Pedaal dat buiten de bescherming valt!