SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host
Aan het begin van de dertiende eeuw werd op een kunstmatig aangelegde heuvel van klei een klein bakstenen gebouw opgetrokken, ter plaatse van de huidige zuidbeuk van de kerk. De kerk is gewijd aan Sint Jacobus de Meerdere, patroon van Kethel, en is nog steeds een routepunt op de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. De kerk werd op diverse momenten verbouwd en uitgebreid. De toren verrees rond 1300, wat direct leidde tot verzakkingen. De tussenmuur werd om die reden aan het einde van de veertiende eeuw verstevigd met forse steunberen. Begin zestiende eeuw werd de toren verhoogd. Ook kwam er een nieuwe ingang. In 1573 werd de kerk door brand verwoest. Herstel volgde na de reformatie. Het hoofd- en zijkoor, die voor de Protestantse eredienst niet belangrijk zijn, werden niet herbouwd. De toren was gereed in 1601 en de kerkzaal in 1630. Opvallend element uit deze periode zijn de Toscaanse zuilen. De preekstoel en de schepen- en herenbanken completeren het beeld. Bijzonder fraai is de wit marmeren epitaaf uit 1684 aan de wand voor ambachtsheer Jacob de Brauw. De orgelgalerij bestaat uit een in rococostijl gestukadoorde luifel met vier geprofileerde houten draagzuiltjes. De orgelkas heeft neogotische ornamenten. Het orgel werd in 1879 geplaatst en al in 1885 uitgebreid door
Ehrenfried Leichel uit Hummelo.