
De oorsprong van de Hervormde kerk in het centrum van Bleiswijk is in nevelen gehuld. Mogelijk stond er tussen 1000 en 1025 al een klein houten kerkje in de nederzetting, maar de eerste vermelding van een kerk dateert pas uit 1248. Het zal een eenvoudig stenen gebouw zijn geweest. Hoe het er precies uitzag is niet overgeleverd, maar we kunnen ons er wel een voorstelling van maken. Het kerkje, gewijd aan de katholieke eredienst, bestond ongetwijfeld uit een toren, een schip en een koor met sacristie.
Wat de gehele geschiedenis van deze kerk door heeft gespeeld was de steeds terugkerende noodzaak tot herstel, restauratie en vaak zelfs afbraak en nieuwbouw. De oorzaak waren verzakkingen door de slappe veenbodem waar het zware kerkgebouw op rust. dat heeft aanvankelijk de parochie en later de Hervormde gemeente veel hoofdbrekens en vooral veel geld gekost.
Het huidige kerkgebouw heeft een rechthoekig schip met een vijfzijdig gesloten koor. Aan de westzijde staat een elegante met leiden beklede toren op een vierkante stenen voet die niet los voor de kerk staat maar daaruit oprijst. Hij wordt bekroond door een slanke naaldspits. Op het dak, op de scheiding van schip en koor, staat een tweede, zeshoekig torentje. Dit bevat een eeuwenoud bronzen klokje uit 1453, het Angelusklokje, dat bij huwelijken geluid wordt. Volgens het opschrift is het gegoten door Steven Butediic, een bekende klokkengieter. Daarboven tekent zich, hoog in de lucht, een sierlijk gesmeed kruis met een gouden torenhaan af. Het oudste deel van de kerk is het koor; het dateert uit 1532. Het oude koor was tot een complete ruïne vervallen en men ontkwam niet aan nieuwbouw. Ook de toren zou eigenlijk moeten worden vervangen, maar dat kon de parochie nog niet opbrengen. het nieuwe koor werd verhoogd en stak een eind boven het schip uit. Het kleine torentje op het dak had toen nog een spits. het was in deze periode dat de kerk aan Johannes de Doper werd gewijd. Soms wordt fr krtk nog wel als Johanneskerk aangeduid, maar officieel is het Dorpskerk.
Na de Reformatie werd in 1573 de rooms-katholieke eredienst geschorst en in de zomer van 1578 trok de eerste predikant in de pastorie. Aan een volgende belangrijke periode voor de nu hervormde kerk herinneren twee jaartallen: 1668 op de balk in de kerk tussen het (oude, grotere) koor en het schip en 1669 in de sluitsteen boven de zijdeur in de noordgevel. Door verzakkingen was het opnieuw nodig om de kerk te restaureren en bij die gelegenheid werden het schip en de toren verhoogd. Het schip en het koor lagen nu weer op één lijn. De toren moest worden verhoogd omdat het dak van het verhoogde schip hoger tegen de toren uitkwam. Vanaf de stenen voet kwam er 2,5 meter bij, van hout en gedekt met leien. Kennelijk heeft men toen ook besloten om de markante ui die de toren bekroonde, te vervangen door een spits. De noordgevel werd vernieuwd en de zuidgevel kon voor het grootste deel blijven staan. het koor, de balangrijkste ruimte van de katholieke eredienst met het hoofdaltaar, was voor de hervormde dienst niet noodzakelijk. Aanvankelijk wist men ook niet goed wat met deze ruimte te doen, maar later werd het voor het avondmaal gebruikt, zoals in meer hervormde kerken gebeurde.
Ook de negentiende eeuw bracht zorgen. Nadat in 1836 tijdens een hevige storm de spits van de toren was gewaaid, werd deze in 1837 vervangen door de huidige spits, die hoger en smaller is dan de weggewaaide. Rond het midden van de negentiende eeuw begon door een verlaagde waterstand de kerk opnieuw te verzakken. Restauratie was geboden, maar helaas bleken de herstelwerkzaamheden die vanaf 1865 aan de kerk werden verricht op termijn desastreus uit te pakken. Door onregelmatige zetting en brekend metselwerk gingen de muren doorknikken. Een eeuw later was de toestand zo slecht dat men in 1965 voor de keus stond: sloop en nieuwbouw of restauratie. het werd gelukkig het laatste en zo startte in de jaren 1971-1974 een omvangrijke restauratie van de Hervormde kerk onder leiding van restauratiearchitect Piet van der Sterre. Van belang voor het uiterlijk van de kerk is de keuze om het koor weert in de oorspronkelijke staat van 1532 terug te brengen. Zo werden de houten ramen vervangen door gemetselde spitsboogramen met glas in lood.
Wie de kerk binnenkomt, kijkt zijn ogen uit. Het voorname interieur bevat een rijk gesneden kansel uit 1622, die in het koorhek is opgenomen. Daar voor staat een even rijk gesneden doophek. De deftige herenbaken ontbreken niet, en overal glanst het koperwerk van de kaarsenkronen (nu elektrisch), de lezenaars aan de kansel en aan het doophek, het doopvont en de bijzondere houder van collectezakken. En boven deze grote eenbeukige ruimte verheft zich het houten tongewelf, in de kleuren blauwgroen en lichtblauw, tijdens een restauratie in 2001-2003 aangebracht na kleuronderzoek, versierd met bladgouden rozetten.
Maar het meest opvallend zijn de grote tekstborden op het koorhek aan weerszijden van de kansel. Ze zijn uiterst decoratief met hun teksten onder een rondboog en hun beschildering in rood, bladgoud en groen. Ook zij zijn in 2001-2003 gerestaureerd. Hoewel in de eerste plaats bedoeld ter tering van de trouwe kerkganger, dienden de borden ook als versiering van het kerkinterieur. Op het bord rechts van de preekstoel lezen we de geloofsbelijdenis, en het bord links bevat het Onze Vader en de tien geboden. Deze oude borden (het rechter is aan de achterzijde gedateerd 1647 en op de linker staat 1607 aan de voorzijde) werden in de zeventiende eeuw aan de kerk geschonken na de nodige conflicten met het gemeentebestuur van Rotterdam over het benoemingsrecht (collatierecht) van predikanten. Zo komen waarschijnlijk uit een Rotteredamse kerk. Vandaar dat de wapens van Rotterdam op de borden staan.
Aan de andere kant van het schip, staat het orgel op een galerij boven de ingang dat in 1842 is gebouwd door de Amsterdamse firma L. van den Brink. Op het orgel troont koning David met de harp, geflankeerd door twee engelen met bazuin. De galerij rust op vier donker gemarmerde zuilen en is versierd met gouden ornamenten. Achter het orgel hangt een elegant gedrapeerd groen gordijn, met gouden kwasten en franjes. Het is niet echt, het is een geschilderd trompe-l’oeil.
In de kerk staan nu stoelen. Dat is zo sinds de restauratie van 1971-1974, toen men ervoor koos de vaste banken uit de kerk te slopen en te vervangen door losse stoelen. De vloer is belegd met blauwgrijze natuursteen. Daartussen liggen fraaie grafzerken, uit de tijd dat nog in de kerk werd begraven. De mooiste liggen in het koor en de eenvoudige met alleen een nummer liggen in het torenportaal. deze zerken waren voor de minder rijke mensen.
bron:
Monumenten in Lansingerland, beeld van Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs & Bleiswijk
Redactie Botine Koopmans & Ron Tousain, mede mogelijk gemaakt door het gemeentebestuur van Lansingerland.