De bij de Marktpleinkerk behorende klokkentoren staat op 23 meter van het kerkgebouw. De in roodbakkende Groninger klei opgetrokken toren is later gebouwd dan de kerk (vermoedelijk in de 15e eeuw) en in fasen verhoogd tot 41 meter. De toren dankt z’n naam aan de witte bepleistering die hij van 1856 tot 1931 had.
De toren staat dicht bij de plek waar in vroeger tijden de belangrijke handelsweg van de stad Groningen naar het Duitse Münster het Winschoter riviertje de Rensel kruiste. Hij speelde dus een belangrijke rol in de verdediging van Groningen. Zo trok sergeant Moda zich met z’n manschappen terug in kerk en toren toen ze tijdens de Tachtigjarige Oorlog door de Spanjaarden werden aangevallen. In de geschiedenis is verscheidene keren gestreden om het bezit van de toren. Hieraan herinneren o.a. de bij bodemwerkzaamheden aangetroffen kanonskogels die op de benedenverdieping zijn ingemetseld. In de toren bevinden zich ook een vijftal middeleeuwse gevangeniscellen.
In 1931 kreeg de toren zijn achtkantige bovenbouw met galmgaten en lantaarn. Hij werd bekroond met een goudkleurig paard als windvaan. Winschoten kreeg toen ook haar eerste carillon, dat in de toren werd opgehangen.