
Dit nieuwe kanaal werd het Termunterzijldiep genoemd; tussen het vaste land, de monding van het kanaal, en de Eems werd een sluis aangelegd. Langs dit kanaal ontstond een ‘nieuw dorp: Termunterzijl (een zijl – op z’’n Gronings ziel – is een sluis).
Het uitstromende water zorgde lange tijd voor een vaargeul buitendijks die diep genoeg was om met vissersboten tot aan een kade te varen. Het kanaal werd na verloop van tijd steeds belangrijker als scheepvaartkanaal. De eerste zijl werd in 1686 tijdens de St. Maartenvloed vernield. In 1725 werd een nieuwe sluis aangelegd.
Het Termunterzijldiep doorsneedt de doorgaande weg. Vaak wordt dan een brug aangelegd die de doorvaart voor schepen mogelijk maakt: hier niet. Hier werd de zijl voorzien van een boog – een hoge rug – en een weg over die boog. Zo ontstond dus de Boog van Ziel.
Waterschappen kenden vele oeroude tradities, zo ook bij het waterschap Termunten.
De Boog van Ziel werd voorzien van een prachtige borstwering met, in tien zandstenen cartouches, de wapens van de tien waterschappen die water op het Temunterzijldiep loosden. Op twee grotere cartouches staan de namen van burgemeesters en bouwmeesters. Op de uiteinden staan de wapens en namen van de boekhouder en de architect op een cartouch.
De binnenscheepvaart via de Boog van Ziel en ook de zeevaart nam tot omstreeks 1900 sterk in omvang toe. Ook de behoefte aan scheepsbenodigdheden en proviand nam enorm toe. Het gevolg was dat zich bij de sluis, sluis- en overheidspersoneel, middenstanders en reparatiebedrijven vestigden. Langs het Termunterzijldiep en de sluis ontstond een compleet dorp. Vanaf het begin van de 20ste eeuw werd de zeevaart belangrijk minder in omvang. Het dorp legde zich meer en meer toe op de visserij. Dit duurde tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. Door de aanleg van de veel grotere en diepere Eemskanaal en de ontwikkeling van de havens van Delfzijl en de Eemshaven kwam er een einde aan de visserij; het toerisme nam bezit van de haven