



Historie
De boerderij, waarin het Kempenmuseum nu is gevestigd, dateert van ca. 1890. In 1910 werd de boerderij door blikseminslag verwoest. Op de fundamenten is een nieuwe Kempische langgevelboerderij gebouwd. Tot 1974 is hier het boerenbedrijf daadwerkelijk uitgeoefend. Op 9 april 1979 werd de Stichting Museum De Acht Zaligheden opgericht. Dit maakte het mogelijk om de collectie, verzameld door Piet Kwinten, onder te brengen in de boerderij aan de Kapelweg 2. Op 19 april 1980 vindt de verhuizing plaats. Uiteraard op traditioneel Kempische wijze. In verschillende fases is het pand uitgebreid en vernieuwd tot wat het nu is. In 2005 is er een verbinding gemaakt tussen de boerderij en de vroegere varkensstal, die tegenwoordig dienst doet als expositieruimte. In 2010 is op het terrein een nieuw gebouw gerealiseerd, met daaronder een depot, dat voldoet aan alle eisen van conservering die een museumcollectie nodig heeft. In 2013 – 2014 is de boerderij zelf gerestaureerd en vernieuwd. Dit biedt de mogelijkheid om de tentoonstellingsruimte van het museum verder uit te breiden, door ook de bovenverdieping toegankelijk te maken voor het publiek. Vanaf 21 juni 2014 is op de bovenverdieping, prima bereikbaar met trap en lift, in beeld en geluid een overzicht te zien en te beleven van de agrarische ontwikkeling van de Kempen van 1900 – 1960, met objecten voornamelijk uit de eigen, rijke collectie van het museum.
Ligging:
De boerderij bevindt zich in de kern van Eersel en is gesitueerd op noordoostelijke hoek van de Kapelweg en de Voortseweg. Het grote rechthoekige perceel ligt te midden van overwegend naoorlogse woningbouw.
Plattegrond en opbouw:
Boerderij van het Brabantse langgevel-type op langgerekt rechthoekig grondplan. De hoofdingangen van woon- en bedrijfsgedeelte bevinden zich in de lange gevel aan de Kapelweg. De bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld. De achtergevel is opgetrokken in een lichtrode baksteen. De uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door rollagen. Het langgerekte zadeldak heeft de nokrichting evenwijdig aan de Kapelweg, is gedekt met gesmoorde tuiles du Nord en watert af via zinken mastgoten. Schoorstenen zijn geplaatst op het linker nokuiteinde en ter plaatse van de brandmuur.
Rechts van de boerderij staat een vrijstaande schuur op rechthoekig grondplan. De frontgevel is in halfsteensverband opgetrokken en voorzien van onder andere een hoge schuurdeur en enkele betonnen stalramen. De overige houten (gepotdekselde) wanden op bakstenen plint zijn blind. Het zadeldak heeft de nok evenwijdig aan de Kapelweg, is gedekt met rode en gesmoorde oud-Hollandse pannen en watert af zonder goten. De topgevels zijn eveneens beschoten en voorzien van windveren. De houtconstructie bestaat uit vier ankerbalkgebinten en middenstijlen op poeren (enkele verlaagde balk en/of etage), waarop schaarspanten met overgekeepte balken en schoren.