


Nadat het gedurende de Franse tijd in bijna het hele land verboden was geweest om in kerken te begraven, kwam met ingang van 1 januari 1829 een definitief verbod op het begraven in de kerk tot stand.
Bovendien werd bepaald dat in steden en dorpen met meer dan 1000 inwoners ook het begraven op kerkhoven of begraafplaatsen binnen de bebouwde kom niet meer was toegestaan. De gemeentebesturen dienden in zulke gevallen voor de aanleg van nieuwe begraafplaatsen te zorgen.
Samenwerken
Aanvankelijk zouden de Nederlands Hervormde en Rooms-katholieke gemeenten aan de noordzijde van de stad op de buitenwal elk een begraafplaats aanleggen.
Eind 1828 kwam er een commissie uit beide kerkbesturen bij het gemeentebestuur met het verzoek op om het perceel op de buitenwal te ruilen voor twee bolwerken op de binnenwal aan de oostzijde van de stad. Deze plaatsen voldeden aan de wettelijke voorschriften. Het gemeentebestuur ging akkoord en ook de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gaven hun goedkeuring.
Er werd op spoed aangedrongen omdat de begraafplaatsen op 1 januari 1829 gereed moesten zijn. Dus men had maar zes weken de tijd!
De gemeente springt bij
Half december 1828 vroegen de Gedeputeerde Staten waar de plannen voor de burgerlijke begraafplaats bleven, aangezien ook vreemdelingen en andersdenkenden begraven moesten kunnen worden. De Hervormde gemeente zag tegelijkertijd af van het aanleggen van een begraafplaats, omdat voor het begraven ook kosten aan de burgerlijke gemeente betaald moesten worden.
In alle haast besloten Burgemeester en Wethouders om geld op de begroting van 1829 uit te trekken voor de aanleg. Een bedrag van fl. 1000 (duizend gulden) werd bestemd ‘ voor het daarstellen en aanleggen van het nieuwe kerkhof’, fl. 100 (honderd gulden) voor het jaarlijks onderhoud en fl. 200 (tweehonderd gulden) als jaarlijkse schadeloosstelling aan de Hervormde gemeente voor de gederfde inkomsten uit het begraven in de kerk.
Op 11 Januari 1829 was de begraafplaats klaar en werd hij officieel betiteld als ‘ Algemene Begraafplaats’. In het grafboek staat vermeld: ’11 Januari. Een kint van Aart Blonk Wz., welke is de eerste welke op het burgerlijke kerfkhoff is begraven. En lijd op de eerste rang.’
Het poortgebouwtje annex baarhuisje op de begraafplaats is in 1830 gebouwd en is in 1875 ingrijpend verbouwd. De oorspronkelijke bijna decoratieloze voorgevel is voorzien van een nieuwe decor-/schijngevel. In het pleisterwerk zijn vergankelijkheidsymbolen aangebracht, zoals een vlinder en verwelkte bloemen.
In de poortdoorgang bevinden zich aan weerszijden dienstruimten, verdeeld in een dodenbaarvertrek en een opslagruimte voor gereedschap en andere materialen. Vanwege ruimtegebrek werd in 1936 een nieuwe algemene begraafplaats aan de Meeuwenlaan in gebruik genomen. De begraafplaats is niet meer in gebruik. De laatste bijzetting heeft plaatsgevonden in oktober van 2002.