


I
De protestantse gemeente in Weert kocht in 1853 een pand aan de Oerlemarkt die als “kerk” werd gebruikt. De aangestelde Rijkshulpprediker de Jong schreef in 1857 aan het college van Toezicht dat er gebrek was aan alles. De hulpprediker moest zelf geld voorschieten om bepaalde noodzakelijke dingen aan te schaffen.
De door de Algemene Synode Commissie naar Weert gezonden architect P.v.d. Erve keurde op 2 juni 1909 de bestaande pastorie af als “niet voor herstel vatbaar”. Op 14 maart 1910 werd de pastorie annex kerkzaal verkocht en op 10 juli werd een bouwterrein gekocht aan de Maaspoort. In november werd begonnen met de bouw van de pastorie. Maart 1912 werd de eerste steen geplaatst voor de bouw van het nieuwe kerkje.
Aan het eind van de jaren dertig werd Weert een garnizoensstad, er werd toen besloten de kerk aan te passen en 8 extra banken geplaatst. De kerk deed toen ook enige tijd dienst als Prot .Chr. Militair Tehuis.
In 1944 vorderden de Engelse militairen de pastorie en hebben er verschrikkelijk huisgehouden. De schoorsteenmantel en vloeren werden kapot geslagen en de schappen uit kasten en kelder werden opgestookt. Naar aanleiding daarvan werd wel een schadevergoeding van F2143,- ontvangen.
De kerk werd te klein en eind 1972 werden plannen gemaakt de kerk te vergroten. Veel kerkelijke en niet kerkelijke instanties droegen hun steentje bij. Weert beschikte vanaf dat moment over een uitstekend kerkgebouw met vergaderzaal.
Bezienswaardig is het prachtige doopvont dat de kerk in eeuwige bruikleen mochten ontvangen uit de kapel van het St. Jansgasthuis. Ook de statenbijbel is het bekijken waard.