De vrijstaande villa aan de rand van de Indische buurt is in 1900 gebouwd in een overgangsarchitectuur onder invloed van de Neorenaissance- en de Chaletstijl. Karakteristiek zijn de rijk uitgevoerde serres met balusters aan voor- en achterzijde. De glas-in-loodramen van de serre aan de straatkant vertonen invloed van de Art Nouveau, terwijl het trappenhuis eenvoudiger ruitvormige glas-in-loodramen heeft. Het huis is rijk aan versieringen zoals de fraai uitgevoerde dakkapellen, de schijnspanten boven de topgevels aan voor- en achterzijde en de gevels met gepleisterde speklagen en siermetselwerk. Na jaren van verval is de villa in 2018-2019 gerestaureerd met behoud van de vele authentieke kenmerken. Ook zijn de oorspronkelijk kleuren teruggebracht. Bij de restauratie is het huis binnen de mogelijkheden van een rijksmonument grondig geïsoleerd en is het wooncomfort in overeenstemming met de eisen van deze tijd gebracht. In 2020 zijn de moes- en formele tuin in stijl bijpassend bij het huis door de bewoners zelf ontworpen en aangelegd. De tuin met diverse terrassen, borders, een waterelement en diverse nestkasten is een thuis voor diverse vogels, insecten, amfibieën en zoogdieren.