Burgemeester Berkhoutpark
Sinds 2000 is het Park Rijksmonument. In 2018 is de “opknapbeurt” door Copijn, Tuin- en Landschapsarchitecten voltooid. Het 400 tellende bestand aan bomen en heesters is aan een grondige inspectie onderworpen, de vijvers zijn uitgebaggerd, de oevers hersteld en de onderbegroeiing deels verwijderd om het park de openheid van weleer te geven.
Het monument met plaquette ter nagedachtenis aan de in 1936 overleden H.H.G. Wullings is opgeknapt, evenals de gele bakstenen bank, in 1937 aangeboden door de Middenstanders en Industriëlen, ter gelegenheid van de opening van het Park.
Maar wat nu zo lieflijk oogt is ontstaan uit een noodkreet van toenmalig Burgemeester M.F. Berkhout en met noeste, gedwongen arbeid tot stand gekomen. Het waren de crisisjaren; ook in Voorschoten met zijn 7000 inwoners werd gestreefd naar uitbreiding van het inwonertal, maar niemand kwam af op de nieuw gebouwde woningen. Voorschoten had naar verhouding weinig openbaar groen – slechts 0,5 ha – en door het toenemende snelverkeer (!!) langs de openbare weg, was er weinig wandelgelegenheid. Zo kwam de Burgemeester op het idee Voorschoten aantrekkelijker te maken voor “nieuwkomers” door een park aan te laten leggen en daarbij gebruik te maken van de mogelijkheden tot werkverschaffing. In 1936 waren er in heel Nederland 480.000 werklozen die rond moesten komen met f. 9,- steun in de week. Na goedkeuring door de Raad en toestemming van het Ministerie van Arbeid, kocht de Gemeente 3 ha land aan van de gebroeders Deurloo die er hun koetspaarden weidden. Gedurende 18 weken werden 50 – 60 werklozen ingezet voor f. 14,- per week. Daarnaast kregen ze een blikje varkensvlees, een pakje boter en een paar werkschoenen. Weigeren kostte je ook je steun en dan verviel je aan armenzorg. Maar voor die f. 5,- extra moest je wel zo’n 50 uur zwaar werk verrichten, dit alles onder toeziend oog van de Nederlandse Heidemaatschappij, die namens de overheid directie voerde en de lonen uitbetaalde: uiteindelijk kostte het f. 11.000 aan loon, waarvan het Ministerie van Sociale Zaken 60%, zijnde de steun, voor haar rekening nam.
Op 5 juli 1937 was de feestelijke opening van het eerste deel van het park, dat met de Grote Vijver, opgeluisterd door de klanken van de Harmonie Benvenuto. Er waren toespraken van de directeur-generaal van het Ministerie, de Burgemeester en namens de Middenstanders en Industriëlen de heer C. Bins die een bank aanbood voor het park. Allen spraken de hoop uit dat het aantal inwoners van Voorschoten zou toenemen, goed voor de gemeentelijke kas en voor de middenstand, onder het motto: “De kost gaat voor de baat”.
Nog datzelfde jaar werd het park uitgebreid tot achter het gemeentehuis en ook in latere jaren tot de huidige totale oppervlakte van 5,5 ha.
Het park heeft de signatuur Engels Landschapspark met slingerpaden, vijvers, bosschages en hoogteverschillen. Er is zelfs een heuse folly, een ruïne in dit geval, een favoriet onderdeel van de landschapstuin als romantische verwijzing naar vroegere tijden. Bij de renovatie van het park kwam deze ineens te voorschijn vanachter het woekerende groen. Bij de werklozen zal de aanleg van het park niet meteen associaties hebben opgeroepen met de romantiek, maar dankzij de initiatieven van Burgemeester Berkhout bezitten we nu een juweeltje van een park dat terecht zijn naam draagt.
Tekst Jane Koopstra
Bronnen: o.a. Leidsch Dagblad, 5 juli 1937 en Mooi Voorschoten maart 1988.