Vrijstaand woonhuis uit 1851, waarvan de huidige verschijningsvorm en de serre in 1906 tot stand werd gebracht. Het bestaat uit een begane grond, een eerste verdieping en zolder en heeft een plat dak met drie schilden, die zijn gedekt met gesmoorde kruispannen. De tuin is met behulp van een smeedijzeren hek van de straat afgescheiden. Ze bezit onder andere twee geleide kastanjes. Het pand is enige tijd als burgemeesterswoning gebruikt. Het familiewapen in de vestibuletussendeur herinnert hieraan. Tijdens de tweede wereldoorlog verleende notaris C. van Drimmelen onderdak aan piloten.
Voorgevel
De rade bakstenen voorgevel is een afgeknotte tuitgevel die de flauwe helling van de dakschilden volgt. De begane grond bezit in het midden een kozijn met dubbele deuren en een bovenlicht. Aan weerszijden van de entree bevinden zich twee vensters met kalf. De vensters zijn alle voorzien van houten luiken. Tussen de begane grond en de verdieping is een vlakke gestucte band geplaatst. De verdieping bezit drie vensters met een kalf en klepraam. Aan weerszijden van de vensterpartij zijn in het metselwerk driehoeken aangebracht. Boven alle vensters zijn strekken gemetseld. De top van de gevel is aan de zijkanten afgezet door bakstenen tandlijsten. Boven de zojuist besproken drie vensters is in de top een rechthoekige horizontale nis aangebracht. Deze nis wordt geflankeerd door uitkragingen waarop de afsluitende kroonlijst rust. Onder de kroonlijst, tussen beide uitkragingen, zijn bakstenen tandlijsten gemetseld met verdiepte gestucte velden.
Linker zijgevel
De linker zijgevel is in ijsselstenen opgetrokken en in 1906 uitgebouwd met een serre waarvan het dak als terras fungeert. Het dakschild is op deze plaats voorzien van een hoge houten opbouw met bakstenen borstwering waarin een kozijn met deur die openen op het terras. De gevel bezit rechts een getoogd venster dat is aan een zijde een houten luik heeft. Boven het venster is een rollaag gemetseld. De bovenzijde van de gevel is afgesloten door een eenvoudige daklijst.
Rechter zijgevel
De rechter zijgevel is in ijsselstenen opgetrokken en halverwege voorzien van een gekoppeld kozijn met drie ramen. Rechts ervan bevindt zich een eveneens nieuw smal horizontaal geplaatst kozijn met drie ramen. Hier was vroeger de ingang van het koetshuis. Aan de bovenzijde van de gevel zijn ankers zichtbaar. De bovenzijde van de gevel is afgesloten door een eenvoudige daklijst. In het dakvlak staat een dakkapel met plat dak en twee ramen.