De duiventoren bij landhuis Rhijnauwen is een 19e-eeuws gebouw met een tentdak. Het diende als opslagruimte voor de bewoners, terwijl duiven via invliegopeningen naar binnen kwamen. Duiventorens worden aangetroffen bij kastelen en adellijke huizen. Duiven werden tot de 18e eeuw vaak gehouden voor eigen consumptie.
In de middeleeuwen was het houden van duiven en het bouwen van duiventorens een exclusief voorrecht van de adel en hoge geestelijkheid.
In 1667 werd een plakkaat uitgevaardigd waarin het houden van duiven en het bouwen van een duiventoren werd toegestaan aan iedereen die een bepaalde hoeveelheid land bezat.
Later, in 1683, werd het houden van duiven zelfs toegestaan aan iedereen die er plezier in had. De duiven mochten echter niet vrij rondvliegen om problemen voor boeren te voorkomen. Na de Franse Revolutie werd in 1798 het duivenrecht afgeschaft en mochten er geen nieuwe duiventorens of – tils meer worden gebouwd. In 1807 kwamen nieuwe wetten om de bouw van duiventorens te reguleren. Uiteindelijk verdwenen in 1954 de bepalingen met betrekking tot duiventorens uit de jachtwetgeving.