

De kerk is gelegen in een belangrijke bocht van de in de jaren zeventig gedempte stadssingel. Om die reden wordt deze kerk ook wel aangeduid als Cingelkerk. De vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken zaalkerk met deels gepleisterde plint en een met pannen gedekt zadeldak met dakkapelletjes heeft aan de Singelzijde een rijk versierde, symmetrische schoudergevel met kleine torenopbouw.
De vier geledingen tellende middenrisaliet heeft een groot rondboogvenster boven een reeks van vier kleinere. De uitkragende bovenste gevelgeleding is onder meer voorzien van lisenen op kraagstukken, een geprofileerde deklijst met voluten en een bekroning die bestaat uit een met leien gedekte torenspits. Deze is opgebouwd uit een uitkragende lijst op consoles, een steil tentdak met dakkapelletjes met fronton en boven de insnoering een torenhelm met octogonale naaldspits op rollijst.
De vijf traveeën lange rechter zijgevel is relatief sober met rondboogvensters met boogtraceringen tussen lisenen. Rechtsachter in deze gevel bevindt zich een dubbele deur onder een bifoor met glas-in-lood. De achtergevel herhaalt de symmetrische compositie met boogvensters van de voorgevel.
De kerk is in 2011 ingrijpend gerestaureerd.