
De éénbeukige laatgotische dorpskerk is gebouwd in de 1e helft van de 16e eeuw en is samen met de toren in 1928 gerestaureerd. De toren heeft een klok met een diameter van 108,7 cm uit de 17e eeuw. De inventaris is voornamelijk uit de 17e eeuw en bestaat uit een eikenhouten preekstoel met koperen predikantslezenaar, een koperen voorzangerslezenaar, een doophek, twee banken met toogpanelen en drie koperen kaarsenkronen. Op veel van deze objecten zijn symbolen aangebracht die een rol spelen binnen het christelijk geloof. Bij de kerk zijn nog twee grafstenen van het voormalig kerkhof aanwezig.
Het van oorsprong één-klaviersorgel is in 1770 gemaakt door P. van Assendelft en in 1852 door L. van den Brink uitgebreid en in 1891 overgebracht naar Nieuwerkerk.