


Wolter van Ysendoorn gaf omstreeks 1386 opdracht tot de bouw van de grote hervormde kerk midden in het dorp.
In de Tweede Wereldoorlog heeft deze kerk nogal wat schade opgelopen; dit is echter fraai hersteld.
Aan de voorzijde van de kerk ligt een groot plein met op de hoek de vroeg twintigste eeuwse pastorie.
De tegen de dijk gelegen kerk heeft een typisch voorportaal waarin een tweetal kaarsnissen.
In het schip bevindt zich nog een 18e-eeuwse herenbank gemaakt voor het echtpaar Van Wije – Van Brakel, de toenmalige heer van Ysendoorn.
Het gebouw bestaat uit een éénbeukig bakstenen schip met een, door drie zijden gesloten, bakstenen koor en een bakstenen toren.
De spitsboog-vensters van het schip staan tot de volle hoogte opgaand, in nissen.
Een houten tongewelf dekt het schip en vervangt een vroegere vlakke zoldering.
Hoog in de koormuren, tussen de vensters en in de noordmuur, komen vijf groepen van drie, zogenoemde klank- of kogelpotten voor.
Deze klankpotten van grijs gebakken aardewerk, waren met de openingen in het muurwerk geplaatst en hadden tot doel de akoestiek te verbeteren.
De toren is in drie geledingen opgebouwd, waarvan de benedenste door een bakstenen waterlijst in tweeën wordt gedeeld. Aan de zuidzijde verrijst een uitgemetselde, rechthoekige traptoren met een bedekking van leien, tot halverwege de tweede geleding.