SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host

Wageningen heeft in het verleden naast een algemene begraafplaats ook particuliere begraafplaatsen gekend. Zo was er onder meer bij de katholieke schuilkerk (opgericht in 1740) aan de huidige Lawickse Allee, toen Nieuwe Weg geheten, een eigen kerkhofje. Maar ook de kleine joodse gemeenschap had een eigen begraafplek buiten de stadsmuren. In 1667 vroeg Isaac Adolphs de Jode, pachter van de Bank van Lening in de Nieuwstraat, toestemming aan het stadsbestuur voor een eigen begraafplaats voor zijn gezin en geloofsgenoten. De stad herbergde in de 17e eeuw enkele joodse gezinnen. In een oude zandafgraving aan de voet van de Wageningse Berg konden zij volgens eigen ceremonieel gaan begraven op een ‘eerlijcke plaets in den sandtcuil’. Tegenwoordig is de begraafplek, die op een heuvel of hucht ligt (vandaar de naam Jodenhucht in streektaal), een beetje verscholen gelegen tussen de Generaal Foulkesweg en de Veerweg. Bebouwing aan beide toegangen blokkeert het zicht enigszins op deze begraafplaats.
Niet alleen joden uit Wageningen, maar geloofsgenoten uit de wijde omtrek vonden hier sinds de oprichting in 1669 hun laatste rustplaats. Dit zorgde in de 19e eeuw tot ruimtegebrek en deze ‘sandtcuil’ was al niet erg groot. Met een fikse ophoging van het terrein ontstond een tweede laag aan graven – joodse graven mogen volgens het joodse geloof niet geruimd worden – en zijn vandaag de dag nog steeds zo’n 200 grafzerken zichtbaar met zowel in het Hebreeuws als in het Nederlands gebeitelde teksten. Begraven wordt er al sinds 1929 niet meer, daarvoor is een aparte afdeling op de algemene begraafplaats aan de Oude Diedenweg ingericht. Deze verstilde door een ijzeren hekwerk omsloten begraafplaats te midden van de levendigheid en bebouwing op de berg heeft sinds 1967 zeer terecht de status van rijksmonument.