Op 3 mei 1914 in Diemen een nieuwe Nederlands Israëlitische begraafplaats ingewijd, nadat de Joodse begraafplaats in Zeeburg vol raakte. De beheerderswoning werd ontworpen door architect E.M. Rood. Door de aanleg van de ringspoorbaan in 1925 werd de begraafplaats in twee stukken verdeeld. Ter compensatie bekostigde de Nederlandse Spoorwegen de bouw van een door Harry Elte ontworpen ontvangst- en bidruimte, hoewel ook het als ‘metaarhuis’ bekend staat (in een metaarhuis worden de overledenen volgens de joodse voorschriften gereinigd en om op de begrafenis voorbereid). Vanaf 1914 tot 1940 werden ongeveer 500 mensen per jaar begraven. Het ging om overwegend Joden uit de lagere bevolkingsgroepen. Na 1945 bleef de begraafplaats in gebruik. Onder andere het urnenveld met as van joden die in WO II in Westerbork zijn overleden en daar tegen het gebruik in werden gecremeerd.
Achter de beheerderswoning aan de Ouddiemerlaan liggen de oudste graven en een kinderveld. De ingang aan Landlust leidt o.a. naar een urnenveld. Cremeren is binnen het joodse geloof ongebruikelijk. Hier gaat het urnen met de as van joden die in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, tegen hun geloofsprincipes in, bij Westerbork werden gecremeerd. Hier ligt ook een veld met de duizenden graven die in 1956 en 1957 onder rabbinaal toezicht van de begraafplaats Zeeburg, waar een oprit naar de Schellingwouderbrug werd aangelegd, naar Diemen zijn overgebracht. Een grote gedenksteen herinnert aan dit feit. Volgens een ruwe schatting bevinden zich op de begraafplaats ongeveer 13.700 graven, naast de ca. 28. 000 graven die uit Zeeburg afkomstig zijn.
Nu vinden er nog ongeveer vijf begravingen per jaar plaats.