De kop-hals-rompboerderij is een boerderijtype dat veel voorkomt in Friesland en in het westen en noorden van Groningen. De boerderij heeft deze benaming gekregen doordat de vorm doet denken aan een liggende koe. Hierbij is het woonhuisgedeelte de kop, het middengedeelte de hals en de schuur de romp. Dit boerderijtype valt in de hoofdgroep Noordelijke huisgroep.
De kop-hals-rompboerderij is ontstaan uit de langhuisboerderij. Rond 1600 ging het in Nederland erg goed in de landbouwsector en waren voor de oogst grotere opslagplaatsen nodig. Aan de zijkant van de boerderij werd een stuk aangebouwd. Hierdoor ontstond de kop-hals-rompboerderij, waarbij het woongedeelte niet recht voor de schuur staat. De nieuwe boerderijen werden vanaf die tijd op deze manier gebouwd.
De kop-hals-rompboerderij is ook geschikt voor het moderne agrarische bedrijf.
Een kop-hals-rompboerderij was geschikt voor veeteelt en voor akkerbouw. Er is wel een verschil in de vorm van de boerderij:
– Een veeteeltbedrijf is te herkennen aan het hogere voorhuis met de daaronder gelegen melkkelder en de stalraampjes in de schuur.
– Een akkerbouwbedrijf heeft een verlengd voorhuis voor een grotere graan opslagzolder en grotere ramen aan de achterkant van de schuur, die als dorsruimte werd gebruikt.
De kop van een kop-hals-rompboerderij heeft topgevels met schoorstenen. Op de uiteinden van de nok van de romp werd als bescherming een uilenbord geplaatst. Dit is een driehoekig bord met een gat in het midden waardoor uilen in en uit konden gaan.
Het uilebord van de Zuiwesthoek: met het typerende ‘harp’-motief en het in het vlieggat uitgezaagde vogeltje-kijkt-om. In het midden staat de makelaar (die ook op molens voorkomt), waaraan een mythische betekenis wordt toegekend. Terugkerende symbolen op de makelaar zijn: klaverblad (drie-eenheid), halvemaan (vruchtbaarheid), rooster of harp (eigendom van het land) en es (levensboom).
De twee zwanen met gekromde nek vormen het tweede element. Hun sierlijkheid is waarschijnlijk de belangrijkste reden van hun bestaan, maar ze zouden ook kunnen verwijzen naar het christelijke symbool voor naastenliefde: de pelikaan die zichzelf in de borst pikt. In Friesland mag men ook graag verwijzingen naar Oudfries heidendom verzinnen.
Opmerkelijk genoeg kon men vroeger tevens aan de vorm en de kleur van het uilenbord zien of de boerderij in eigendom was, of gepacht was. Een groene harp betekende dat de boer eigenaar en een witte harp dat de boer pachter was van de boerderij.
Deze boerderij is gebruikt voor de veeteelt (koeien) en bestaat uit een kop gebouwd in 1780 en een hals en romp die eerder zijn gebouwd maar nog niet gedateerd zijn. Heel bijzonder is dat de constructie uit eikenhouten gebinten bestaat. Ook destijds was eiken al een dure houtsoort.
In 1994 is de boerderij particulier aangekocht en sindsdien zo goed als mogelijk terug gerestaureerd. Daarbij zijn veel originele delen gebruikt maar is ook modern wooncomfort toegevoegd om de boerderij bewoonbaar te houden, een uitdaging voor veel monumenten.