Landgoed Deelerwoud is een van de weinige plekken in Nederland die als wildernis bestempeld kan worden. Het Landgoed is al ruim anderhalve eeuw onafgebroken afgesloten voor het publiek, een enclave van rust op de drukke Veluwe. Hierdoor is het wild nauwelijks schuw en kan het overdag ongestoord laveien (voedsel zoeken in bos en veld). Het landgoed omvat 690 hectare grond en strekt zich uit van Hoenderloo tot Woeste Hoeve.
In 1845 werd 1.500 hectare heide van de Speldermark verkocht aan echtpaar Van Heeckeren-Hope als jachtgronden. In 1850 bouwde baron Van Heeckeren stallen op Deelerwoud voor het verversen van paarden tijdens de vele jachtpartijen. Tussen 1845 en 1898 werd de omvang van het landgoed diverse keren uitgebreid door aankopen en weer opgedeeld tussen erfgenamen. Tot die tijd bleven de weinige oorspronkelijke bewoners van het terrein in plaggenhutten wonen. In 1904-1905 liet Van Heeckeren een kasteelachtig landhuis bouwen, bestaande uit één verdieping plus souterrain en vier hoger opgetrokken gekanteelde torens naar Frans ontwerp. Het koetshuis werd uitgebreid met een dienstwoning. Van Heeckeren verkocht het landgoed in 1911 aan mevrouw Eloise Brantsen-Whiting die het in 1918 verkocht aan Jhr. P. J. Repelaer van Spijkenisse. Hij vergrootte het met aanvullende aankopen en liet in twee fases het kasteel verbouwen en vergroten. Ook liet hij in 1923 het poortgebouw aan de rand van Hoenderloo bouwen, thans rijksmonument. Tuin- en landschapsarchitect Leonard Springer legde prachtige tuinen aan met vijvers, parterres de broderie en rozentuinen. In het vroege voorjaar van 1945 is het landhuis door de geallieerden gebombardeerd in de onterechte veronderstelling dat het huis door de Duitsers werd gebruikt voor oorlogsdoeleinden. Op een niet verwoest deel van het souterrain is eind jaren ’50 het huidige, sobere landhuis gebouwd.
In 1984 kwam het landgoed via vererving in handen van Jhr. V.G.F. (Volker) Repelaer. Teneinde versnippering te voorkomen kocht hij zijn broer en zuster uit. Hij overleed in 2014, na dertig jaar met hart en ziel zijn Deelerwoud te hebben beheerd. Bij testament is de Stichting Huis Deelerwoud opgericht. De jonkheer liet een beheerrichtlijn na waarin is vastgelegd dat bosbouw, landbouw, natuur, wildbeheer, opstalbeheer, cultuurhistorie en recreatie op een evenwichtige wijze moeten samengaan.