
Op 28 maart 1652 vond een openbare aanbesteding plaats voor het bouwen van een vrijwel nieuwe molen ter plaatse. Alleen de bovenas, roeden, spil en kamwielen met schijflopen van de oude molen zouden in de nieuwe molen worden hergebruikt. Laagste inschrijver voor het karwei was Pieter Gerritszn. Luyt, een timmerman uit Haastrecht. Hij moest binnen drie maanden de oude molen afbreken en de nieuwe molen maalvaardig opleveren voor f 1.930. Voor iedere week dat het werk later werd opgeleverd, moest hij een boete betalen. Een opvallend detail in het bestek is het aanbrengen van een bedstede in het bovenhuis. Het hout, afkomstig van de oude molen , werd door het bestuur in 93 kavels aan de hoogstbiedende verkocht.
In 1857 vernieuwde metselaar Johannes den Besten jr. uit Nieuwpoort de voor- en achterwaterloop voor f 719.13
In 1904 werd een gedeelte van de voorwaterloop en de sprenkelstraat nogmaals vernieuwd door metselaar J. Stout uit Nieuwpoort voor f 149.
Een kleine vijftig jaar later, in het najaar van 1952, zou molenmaker J. Bos uit Almkerk enkele herstelwerkzaamheden aan de molen uitvoeren. Het betrof in hoofdzaak het vervangen van de achterzomer, penbalk, wolfsbalk, kovelensbalk, kapdelen en gangwerk in het bovenwiel en bovenschijfloop.
In 1983-1984 werd door molenmakerij v/h J. de Gelder b .v. uit Arkel een belangrijke restauratie aan de molen uitgevoerd. Een deel van het constructiewerk van het bovenhuis werd vernieuwd, alsmede de gehele kap en staart, terwijl het metselwerk aan voor- en achterwaterloop opnieuw onder handen werd genomen.
Op 5 oktober 1984 werd de molen door burgemeester J.G. de Groot officieel in gebruik gesteld door het lichten van de vang. De kosten van de restauratie beliepen een bedrag van f 586.5 17. Tijdens de restauratie is bij het aanslaan van de wiggen voor de buitenroede de kop van de bovenas ingescheurd. Ter versteviging is hierover en ijzeren strop aangebracht.