


Het heeft maar weinig gescheeld of deze nog altijd gewilde arbeiderswoningen langs de stadsgracht hadden midden jaren tachtig de sloopkogel ontmoet. Te oud, te klein en te duur om te renoveren is dan de teneur. Dankzij de inspanningen van toenmalig wethouder Cox Merkelijn is sloop gelukkig voorkomen. Zij is zich bewust van de cultuur-historische waarde van het arbeiderscomplexje van acht woningen en zorgt ervoor dat ze weer mooi worden opgeknapt voor komende generaties.
De huizen aan het Spijk zijn in 1887 in opdracht van de firma Roes en zonen geplaatst voor het personeel van de leerlooierij. Een slimme manier van personeelsbinding en voor zover bekend ook het eerste initiatief binnen Wageningen. De woningen zijn op steenworp afstand gelegen van de fabriek aan de Stationsstraat (1841), dus de vermoeide arbeider kon na gedane zaken zo naar huis kuieren. Voor ontwerp en uitvoering is Wagenings architect Rijk de Vries in de arm genomen, verantwoordelijk voor vele Wageningse panden en complexen.
Eind jaren tachtig van de 19e eeuw heeft de firma Roes en zonen zo’n 14 medewerkers in dienst en 64 looikuipen om de huiden te kunnen looien. Hiertoe worden de kuipen gevuld met run, gemalen eek of eikenschors aangelengd met water. Eekmolen de Ooievaar aan de Generaal Foulkesweg, toentertijd Rijksstraatweg, is leverancier van de benodigde eek. De gevilde dierenhuiden worden in de met run gevulde kuipen gehangen om geschikt te kunnen maken als leer. Een tijdrovend en stinkend proces, dat vandaag de dag chemisch gebeurd. In de hoogtijdagen heeft Roes en zonen, dan inmiddels een N.V. (1916), bijna tachtig werknemers in dienst. Maar ook de leerlooierij ontsnapt niet aan de grote economische crisis rond de jaren dertig en moet in 1931 voorgoed de deuren sluiten. De De leerlooiershuizen zelf staan nog altijd fier overeind.