
Van de bouw van deze laatgotische pseudobasiliek is weinig bekend. In een oorkonde van 1376 wordt de kerk – gewijd aan Sint Maarten – genoemd, terwijl in een charter van 1332 al geschreven werd over een geestelijke.
De 14e-eeuwse bakstenen toren is het oudste deel. Het hoofdkoor dateert van omstreeks 1400. Het noorderkoor ontstond uit een kleine, lage grafkapel die rond 1420 is gebouwd voor de tombe van Florens van Borssele en zijn vrouw Oda van Bautersem.
Het schip en de zijbeuken dateren uit de tweede helft van de 15e eeuw. De bisschop van Utrecht verhief de kerk in 1429 tot kapittelkerk, nadat Florens’ zoon Franck van Borssele een kapittel had gesticht bestaande uit een deken en tien kanunniken. In de jaren zeventig van de zestiende eeuw is de kerk twee keer door een beeldenstorm getroffen. De kerk ging over naar de Reformatie en in 1578 kwam de eerste predikant naar de stad Sint-Maartensdijk.
De toren is ruim 42 meter hoog. Op de luizolder zijn twee klokken te vinden uit 1477. Een carillon heeft deze kerk al sinds het eerste kwart van de 17e eeuw. De huidige concertbeiaard bevat veertig klokken.
In de kerk bevinden zich een zeventiende-eeuwse preekstoel met een achttiende-eeuwse trap en onder het negentiende-eeuwse orgel staat een achttiende-eeuwse herenbank waar vroeger de vooraanstaande families zaten. Een van die families was de familie Liens. Leden van deze familie zijn in de kerk begraven en speelden een belangrijke rol in de kerkgeschiedenis van Sint Maartensdijk.