
In 1423 werd in het Bossche kapittel aansporing gegeven om een nieuwe grote kerk in Geffen te bouwen. Rond 1450 waren de toren en kerk klaar. Het oude bestaande kerkje werd toen gebruikt als sacristie. In 1893 heeft er een verbouwing en vergroting plaatsgevonden door architect Franssen uit Roermond, die ook in andere plaatsen in deze regio werkte. Het oude kerkje werd afgebroken en er kwam een transept en nieuw priesterkoor, even hoog als het middenschip. De kerk werd een kruisbasiliek. Het interieur werd rijkelijk versierd met beschilderingen en kreeg nieuwe altaren. In de jaren zestig werden helaas de zijaltaren verwijderd, net als ook alle banken en de preekstoel. Gelukkig bleef de sierlijke beschilderingen en het hoofdaltaar behouden. Maar in de jaren zeventig keerden de banken weer terug in de kerk, net als een preekstoel. Deze meubels, uit kerken in ’s-Hertogenbosch en Tilburg, vervingen de door veel parochianen verfoeide losse stoelen.
In de kerktoren is een klein kerkmuseum ingericht: de Peperbus. Hierin zijn allerlei oude kerkelijke gebruiksvoorwerpen te zien, zoals kelken, cibories, monstransen, relikwiehouders en gewaden. Ook kun je over het ‘schip’ (tussen dak en plafond) van de kerk lopen om de oudste kapconstructie van de gehele gemeente Oss te bewonderen.