SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host
De naamloze korenmolen van Dreumel is een ronde stenen stellingmolen. De kap is gedekt met riet en heeft roeden met een vlucht van 22,80 meter. In de molen bevinden zich twee koppels maalstenen. Oorspronkelijk waren er drie koppels aanwezig.
De molen werd in 1845 opgericht door Ignatius Bernardus Taabe, zoals de steen boven de ingang vermeld en werd volgens J.A. te Bruggencate in zijn befaamde archief “Allemolens” vermoedelijk in 1934 onttakeld.
Het verhaal gaat dat Dreumel al in 1930 op het elektriciteitsnet werd aangesloten om de zuivelfabriek draaiende te houden. In datzelfde jaar werd er een elektromotor in de molen geplaatst en werd de bovenschijfloop verwijderd. De roeden werden gestreken en verkocht, de kap vervangen door een dak. Sindsdien stond deze molen erbij als romp, maar steeds in redelijke staat. Ook bleven relatief veel delen van het binnenwerk bewaard.
In 1977 werd de molenromp op de Rijksmonumentenlijst geplaatst met de mogelijkheid om hem in de toekomst te completeren.
De huidige eigenaar heeft de molen van zijn grootvader gekocht. Die was de laatste actieve molenaar op deze molen, maar die heeft louter elektrisch gemalen. Door de inspanning van de eigenaren, Erik en Silvia de Vree-Kusters, werden voldoende middelen door gemeente, provincie en Rijk ter beschikking gesteld om de molen in de oude staat te herstellen. In 2008 en 2009 is de molen aan de buitenkant gerestaureerd en weer voorzien van stelling, kap en wieken.
Veel van het oorspronkelijke binnenwerk is nog aanwezig, maar helaas is deze molen niet meer maalvaardig. In de molenwereld spreekt men dan van: hij draait voor de prins.