SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host

Oorspronkelijke stond de Adam samen met Eva als poldermolen in de omgeving van Bedum. In 1818 verhuisde de Eva naar Usquert, waar de opvolger van Eva nog altijd staat. De Adam werd eerst in Bedum zelf als pelmolen herbouwd en werd weer afgebroken en in 1875 in Delfzijl als koren-en pelmolen herbouwd. De molen raakte na de tweede Wereldoorlog buiten gebruik, het pelwerk werd in deze periode uit de molen gesloopt en in 1954 aan de gemeente Delfzijl verkocht.
Na restauratie eind jaren vijftig werd de molen als “Museum molen Adam” in gebruik genomen. De onderbouw doet nog steeds dienst als expositieruimte.
Het plein bij de molen is eigenlijk de in 1568 aangelegde schans. Op de Noordoost hoek van deze schans, de dwingerd, stond een molen. Die molen hoefde niet op een verhoging te staan.
In 1628 stond hier een stand-molen voor het malen en pellen van landbouwproducten.
In 1738 werd de vorm van de molen veranderd in een achtkantige paltrokmolen, zoals die tegenwoordig nog is. Door de hoge onbelemmerde ligging was een zwikstelling (omloop om de molen met hekwerk) niet nodig.
De toenmalige molenaar, Pieter Tiebesz, kreeg van de Edelmogende heren het recht om gort te pellen.
In 1765 werd onder de molen een stenen voet gezet van 5 meter hoog. Waarom dit werd gedaan is niet bekend. Deze molen overleefde de roerige Franse tijd.
Na de Franse tijd kreeg de molen windtechnisch gezien meer last van omringende huizen en bomen en in 1846 liet de molenaar J.K. van Heukelom de stenen voet verhogen met 18 voet (één voet = 0.3048 meter) tot de hoogte van 35 voet (= ruim 10,66 meter). In 1875 brandde de molen geheel af.
In 1876 werd de molen Adam, afkomstig uit Bedum, geplaatst. Het was oorspronkelijk een watermolen. Ook heeft de molen gediend als gevangenis. De deur aan de zijde van de Oudeschans, met slot, is daar nog een restant van.
De molen is één van de grootste molens van Noord Nederland.