
De stenen stellingmolen, een bovenkruier, is in 1736 in opdracht van het stadsbestuur gebouwd ter vervanging van een vervallen standerdmolen. Ze is in 1806 door de stad, die in financiële nood verkeerde, verkocht aan particulieren. Tot 1901 was de molen bewoond. Vanaf de negentiende eeuw klagen de molenaars over de hoge bomen op de singels en voormalige bolwerken, die de windvang beperken. Reden om in de jaren zestig van die eeuw de molen met 5,60 meter te verhogen. De stelling staat op 10,80 m hoogte en in de molen zijn zeven zolders. In 1908 is een petroleummotor geplaatst, waardoor de molenaar niet langer afhankelijk was van de wind om te kunnen malen. De gemeente en vereniging De Hollandse Molen wisten in de jaren dertig, en opnieuw in de jaren vijftig, te voorkomen dat de korenmolen -tot 1948 in bedrijf – werd afgebroken. De gemeente werd in 1955 eigenaar, waarna de molen is gerestaureerd. Ook in de jaren tachtig is hij grondig opgeknapt en maalvaardig gemaakt.