SQLSTATE[HY000] [2002] No route to host
In de 17e eeuw ontstond de zgn. Knippolder door de ontginning van moerasland. De eerste molen voor de bemaling van de Knippolder, was waarschijnlijk een Wipmolen. De huidige molen is een zgn. Knipmolen en werd omstreeks 1814 gebouwd op dezelfde plaats van de oorspronkelijke molen.
De eerste Wipmolen was bestemd voor bemaling van de Knippolder en had de oudste vorm van een poldermolen. Hij was nl. geheel van hout gebouwd. De huidige Knipmolen is een zogenaamde ronde stenen bovenkruier. De met riet gedekte kap met wieken kan worden gedraaid op de stenen romp, het kruien. Tot 1948 heeft deze molen de polder bemalen. In dat jaar kwam er een elektrisch gemaal; de molen werd buiten gebruik gesteld en niet meer onderhouden. In 1958 kwam de, in zwaar vervallen staat verkerende, molen in het bezit van de Gemeente Voorschoten. In 1960 liet zij de molen restaureren. Na die tijd was de molen slechts zelden in gebruik. In 1971 werd de molen nu grondig gerestaureerd. Het raderwerk in de molen werd grotendeels vernieuwd. Sinds deze restauratie is de molen regelmatig in gebruik. Na nog enkele onderhoudsbeurten (1984 en 1987) verkeert de molen nu in goede staat van onderhoud. De Knipmolen is een van de 8 molens, die Voorschoten eens rijk was.
De techniek:
De Knipmolen is een vrij kleine molen. De vlucht (spanwijdte) van de wieken is 14,5 meter. Het wiekenhuis wordt gevormd door twee stalen roeden, die kruislings in de in 1861 gegoten gietijzeren bovenas zijn gestoken. De roeden zijn voorzien van een houten hekwerk, waar de zeilen op gespannen kunnen worden om de wind te vangen die nodig is om de molen te laten draaien. De zware bovenas loopt door de gehele kap naar achteren waar hij goed gelagerd is om de druk van de wind op de wieken op te vangen. Halverwege deze as is het bovenwiel bevestigd. Dit tandwiel, waar omheen ook de vang (rem) zit, grijpt vervolgens in bet bovenrondsel, dat op de koningsspil zit bevestigd.
Deze houten koningsspil loopt aan de achterzijde van de kap in het midden van de molen naar beneden tot bijna de begane grond. Aan het ondereinde van deze spil is het onderrondsel bevestigd, dat de draaiende beweging overbrengt op het onderwiel. Dit grote tandwiel is bevestigd op de wateras. Deze houten as ligt horizontaal in de molen en loopt door de muur naar buiten. Op het buiteneinde van de as is het stalen scheprad gemonteerd. Het scheprad, dat een diameter van 3,70 meter heeft, is voorzien van 20 schoepen. Het draait tussen twee krimpmuren en stuwt bet polderwater 1,10 meter omhoog en slaat het in de voorwaterloop uit op het buitenwater. Op de plaats waar het water uit het scheprad stroomt is de wachtdeur geplaatst. Deze wachtdeur sluit zich vanzelf door de druk van het buitenwater als de molen stilgezet wordt en voorkomt aldus dat het uitgemalen water terug stroomt de polder in. Al het in de molen aanwezig raderwerk is van hout gemaakt. De daarvoor gebruikte houtsoorten zijn eiken- en iepenhout. De tanden van de wielen zijn van speciale hardhoutsoorten, die sterk en slijtvast zijn.