


Kockengen is een zeer oude gemeente. De in de 15de eeuw, gebouwde laatgotische kerk was oorspronkelijk een rooms-katholieke bedevaarts- en parochiekerk met de naam Maria Hemelvaartkerk. In 1606 is de kerk overgegaan in protestantse handen. Deze oude dorpskerk staat sinds 1970 op de lijst van rijksmonumenten.
Het gebouw is een kruiskerk zonder zijbeuken. In de loop der eeuwen zijn kerk en/of toren enkele malen verbouwd en gerestaureerd. De toren is in 1635 hersteld en voorzien van een torenuurwerk. Boven de toreningang werd een zandstenen “kraag” aangebracht met daarin het wapen van jonkheer Johan van Suylen, destijds heer van Kockengen.
De toren dateert uit de 13de eeuw, maar is in 1635 herbouwd. In de 18de eeuw hingen in de toren twee klokken. Beide zijn in 1942 door de bezetter omgesmolten. Sinds 1949 is de oude situatie weer hersteld, de twee klokken hangen in de toren mede door een gift van koningin Juliana.
Van 1955 tot 1958 vond een ingrijpende restauratie plaats en werd het koor weer bij de kerk betrokken. Tijdens de restauratie werd een votiefsteen gevonden die in het zuiderdwarsschip is aangebracht. Bijzondere aandacht verdient het fraaie gewelf met zijn oorspronkelijke beschilderingen. Alle gebrandschilderde ramen zijn schenkingen.
In de kerk bevindt zich een oksaal met orgel dat in 1884 is gebouwd door Johan Frederik Witte voor de Oud Katholieke Kerk te Utrecht. In 1968 werd het gerestaureerd en overgeplaatst naar Kockengen.
Zoals bij vrijwel alle middeleeuwse kerken het geval is, staat de toren aan de westzijde en ligt het koor aan de oostzijde. In Kockengen leidt dit tot de volgende bijzondere situatie. De oude dorpskern ligt ingeklemd tussen twee evenwijdig lopende middeleeuwse afwateringskanalen, namelijk de Heicop aan de oostzijde en de Bijleveld aan de westzijde. De kerktoren staat direct achter de huizen aan de Bijleveld en het koor van de kerk is slechts door een kade gescheiden van het water van de Heicop.