
Hoewel een bordje vermeldt dat hier de Oud-Katholieke kerk is, wekt de gevel enige verwarring op. Er lijken immers een paar woonhuizen en een poortgebouw te staan. De kerk zelf gaat dan ook al sinds 1630 verscholen achter deze gevels. In dat jaar kocht pastoor Purmerent hier drie huizen aan de Hoge Gouwe en de Raam om verborgen achter de gevels een schuilkerk voor de katholieke eredienst in te richten. In die tijd mocht men weliswaar ‘roomsch’ geloven, maar dat mocht niet in het openbaar worden getoond.
De geloofsgemeenschap groeide gestaag en tot het eind van de zeventiende eeuw werden links en rechts huizen gekocht voor uitbreiding van de achtergelegen kerk. De laatste vergroting vond plaats in 1685. Daarna werd het barokke altaar met een voorstelling van de drie wijzen geplaatst, samen met de preekstoel en de communiebank. In die tijd was de bekende Gouwenaar Ignatius Walvis (1653-1714) hier pastoor. Walvis publiceerde in 1714, net voor zijn dood, de “Beschryving der stad Gouda”, de eerste Goudse stadsgeschiedenis en nog steeds een standaardwerk.
In 1796 kregen in de Bataafse Republiek alle bestaande geloofsgemeenschappen gelijke rechten. In 1853 werden de laatste praktische beperkingen voor katholieken weggenomen en konden zij weer openlijk alle facetten van hun geloof beleven. Het katholieke geloof bloeide op, en daarmee ook de aandacht voor de kerkgebouwen. Van 1863 tot 1868 werd het complex aan de Hoge Gouwe grondig gerestaureerd. Er kwam een nieuwe voorgevel en ook het interieur werd ingrijpend verbouwd. Daarna is er niets noemenswaardigs meer aan het complex veranderd.