


De behoefte aan een parochiekerk voor de toen nog uitsluitend rooms-katholieke bevolking groeide toen midden 16e eeuw de exploitatie van het veengebied steeds grotere vormen aannam. De kerk is in 1566 toen Veenendaal nog onderdeel uitmaakte van Spanje ingewijd en opgedragen aan Sint Salvator en staat op het hoger gelegen gedeelte in het voormalige veengebied genaamd ‘t kleine Veenlo. In eerste instantie had men ‘t Grote Veenlo (waar nu de algemene begraafplaats is gesitueerd) op het oog voor de bouw van de kerk en daarmee de kern van Veenendaal, echter wilde de eigenaren van deze zandheuvel, deze niet verkopen aan de exploitanten van de veencompagnie. De Oude Salvatorkerk heeft hierdoor een wat merkwaardige geschiedenis. Het was niet een ontstane geloofsgemeenschap die hier een eigen onderkomen stichtte, maar de exploitanten van de turfnering. Vooral de eerste eeuw werd de kerk dan ook multifunctioneel gebruikt. Naast Godshuis was het gebouw markthal, vergaderplaats, zetel van het openbaar bestuur en ook, en vooral, een plek voor het begraven van de doden. Althans voor hen die dat konden betalen, want de inkomsten uit de ‘grafrechten’ waren voor de veengenoten van groot belang.
Wie in 2021 naar het kerkgebouw kijkt, kan hieraan maar moeilijk zien dat het gebouw al meer dan vier en een halve eeuw in gebruik is als kerkgebouw. Het aanblik is door de jaren heen verandert naar de behoeftes van de gemeenschap.
Van de omvang en vorm van het vroegere kerkgebouw is niets meer te herkennen. Wat we nu zien is het resultaat van de oorspronkelijke zaalkerk (rechthoekig kerkgebouw dat bestaat uit een beuk) die achtereenvolgens in 1753, in 1835 en nog in 1906 met steeds breder wordende zijbeuken is uitgebreid. Hierdoor heeft de kerk het karakter gekregen van een pseudo basiliek (een kerkgebouw met meerdere beuken waarbij de middelste geen ramen heeft en hoger is dan de naast liggende beuken). De uitbreidingen zijn hierbij te herkennen aan de meerdere eerste stenen die de gelaagdheid van de kerk illustreren. Het geheel werd in 1961/1962 gerenoveerd en gebracht in een situatie zoals we die nu aantreffen. Het ongeveer tegenover de Fluitersstraat staande bijgebouw naast het koor van de kerk dateert ook uit die tijd. Alleen het ‘driezijdig gesloten koor’ van de kerk, dat is het lagere gedeelte met het door leien gedekte dak, dat vanaf de oostkant van de kerk ‘onderaan de Markt’ goed is te zien, is nog ongeveer zo zoals het in de 16e eeuw is gebouwd toen met een dakbedekking van riet.
In vroegere tijden was het terrein rondom de kerk ook in gebruik als grafveld. Van de talloze begravingen rondom en binnen in de kerk is geen spoor meer terug te vinden.