



Het Poldermuseum is gevestigd in het voormalige poldergemaal aan de Huygendijk. Dit is de zuidelijke ringdijk, onderdeel van de Westfriese Omringdijk, waar de polder Heerhugowaard het diepst is, namelijk wel 3,90 meter onder NAP. Daarentegen ligt de polder in het noorden hoger, 2,50 meter boven NAP, met als gevolg dat het water naar het enige uitslaande gemaal stroomt.
Van windbemaling naar aandrijving
In Nederland duurde het tot 1839 voor de eerste spoorweg werd geopend van Amsterdam naar Haarlem en men het ‘vuurmonster’ kon bewonderen. Toch begon al in 1787 de toepassing van de stoommachine voor de bemaling met een experiment in de polder Blijdorp bij Rotterdam. In 1794 gevolgd door de Mijdrechtse Droogmakerij. Het polderbestuur van Heerhugowaard wikt en weegt, want wat weet de molenaar en de bestuurder van stoom, hoe groot is het risico, hoeveel kosten de kolen en hoe haalt men de kennis in huis!?
Bouw van het stoomgemaal
Het is een hele stap van 250 jaar windbemaling naar de onbekende en moderne vorm van aandrijving. Er wordt besloten een hulp stoomgemaal te bouwen op de plaats van molen 25, daar waar nu het museum staat! De ijzergieterij “de Prins van Oranje” krijgt de opdracht en in 1877 worden 2 vijzels, aangedreven door elk een stoommachines van 60 PK geleverd en in gebruik genomen. De capaciteit van de 2 vijzels samen is 150 m3 water per minuut, de kosten van het geheel fl.100.000 , in 40 jaar af te betalen tegen 5% rente.
Nodige vereiste aanpassingen…
Het is nog geen groot succes en al in 1889 besluit men een nieuw machine- en ketelhuis te bouwen, het huidige Poldermuseum, echter toen mèt schoorsteen. Het vergrote gemaal krijgt nu 4 ketels, 2 vijzels en 1 centrifugaal pomp, de kosten fl. 85000 . Intussen was het aantal molens drastisch teruggebracht tot 10 stuks en nog de 11 strijkmolens om het water de Schermerboezem in te pompen. Na bijna dertig jaar moeten de ketels worden vervangen en in 1907 besluit het polderbestuur onder Dijkgraaf M. Kalis tot algehele vernieuwing.
Elk voordeel heeft zijn nadeel
Aan stoom kleeft ook een nadeel, namelijk dat het 3 tot 4 uur duurt voor de machine ‘onder stoom is’ en de pompen kunnen gaan draaien. In het Poldermuseum is tevens een zeer fraai houten model te zien van het gehele stoom gebeuren, van de stoomketel gaat de stoom naar de stoommachine, die met behulp van de krukas de centrifugaalpomp aandrijft.
Wilt u meer weten over het Oude Gemaal, de veranderingen en werkingen? Bezoek de vaste presentatie en zie het originele gemaal in actie!