Het Voormalig Slachthuis in Tiel dateert uit 1932. Het is recent verbouwd tot bedrijfsverzamelpand waarbij de authentieke details, gelukkig, bewaard gebleven zijn. Vandaag de dag vind je hier verschillende bedrijven, waaronder ateliers van kunstenaars, een tai-chischool, een welness-centrum en een schoonheidssalon. Het gebouw werd onder de architectuur van de Amsterdamse school gebouwd, waarna het jarenlang dienstdeed als slachthuis met bijbehorende winkel. In 1959 is er een kantoor naast gebouwd, en zijn er in 1965 nog wat wijzigingen geweest. In 2015 werd het pand onder toezicht van de monumentencommissie en met behulp van subsidie van de Provincie Gelderland volledig verbouwd. Hierbij is getracht zoveel mogelijk authentieke details te behouden. Aan de buitenkant treft men bijvoorbeeld torentjes, trapvensters en speels gebruik van bakstenen en dakpannen wat zo kenmerkend is voor de bouwstijl Amsterdamse School, binnen zijn de industriele details bewaard gebleven zoals transportlijnen en vleeshaken.
Historie en ligging in de bocht van de J.D. van Leeuwenstraat gelegen ensemble van regionaal slachthuis met diverse bijgebouwen. Tot het oorspronkelijke bouwwerk behoren het hoofdgebouw en de voormalige winkel met aangebouwde stallen. Deze zijn in 1932 gebouwd, in de stijl van de Amsterdamse school, naar ontwerp van de toenmalige gemeentearchitect J.W. Nieuwenhuijse. Deze architect is in de gemeente Tiel bekend als de ontwerper van de fontein op het Kalverbos. Het kantoorgebouw is gebouwd in 1959 in de stijl van het hoofdgebouw maar sober van detaillering. In de daaropvolgende periode hebben er diverse uitbreidingen plaatsgevonden. Deze uitbreidingen waren het gevolg van moderniseringen voortvloeiend uit het slachtvakmanschap als mede door de groei van het bedrijf. De uitbreidingen van het hoofdgebouw zijn van ondergeschikt belang.
Omschrijving Het object is, met zijn strakke lijnenspel, karakteristieke detaillering en materiaalgebruik, een zeer representatief voorbeeld van de Amsterdamse school. Er zijn in Tiel maar weinig bouwwerken die zo zuiver in de stijl van de Amsterdamse School zijn uitgevoerd, dat maakt dit object uniek voor de gemeente.
Hoofdgebouw, slachthuis Het gebouw is a-symmetrisch van opzet en bestaat uit in hoogte en in diepte verspringende rechthoekige bouwdelen met platte daken. De gevels zijn opgemetseld in noorsverband (twee strekken en een kop etc.). De gebakken metselstenen van de gevelvlakken zijn okergenuanceerd terwijl de plint is opgetrokken uit zwartgebrande stenen. De plint wordt met een rollaag beëindigd en varieert in hoogte. De opvallende entree wordt geflankeerd door een gemetselde “toren” met betegelde top. Links van de toren is plinthoog een plantenbak uitgemetseld. De houten entreedeuren zijn zorgvuldig gedetailleerd en beiden voorzien van verticale glasopeningen die door horizontale roeden in vieren worden verdeeld. Boven de deuren bevindt zich een luifel van gewassen grindbeton (nu wit geschilderd). De toepassing van hei grindbeton komt terug in sierbanden in de gevel en als daklijsten van de hogere bouwdelen. De dakrandafwerking verschilt per bouwdeel, meest voorkomend is de afwerking door middel van een tegelband met golvende dekstukken beiden zwart geglazuurd. Ook komen dakranden met gewassen grindbeton en beton met een houten sierlijst voor. De langwerpige verticale vensters met zwart geglazuurde raamdorpelstenen zijn van staal met doorzichtig glas. Horizontale smalle roeden verdelen de ramen in zes ruiten.
De vensters zijn repeterend in de gevels geplaatst. Tussen de ramen van de entreegevel zijn de penanten een halve steen uitgemetseld. In de rechter zijgevel komen ramen voor met 5 of 4 ruiten. Enkele vensters zijn voorzien van tuimelramen. Afwijkende vensters zien we boven de entreeluifel en in de hogere bouwdelen. De opslag cq. koelhuis, links van de entree, is spaarzaam voorzien van glazen blokstenen. De ramen in latere aanbouw zijn van beton en wijken af in vorm en formaat van het historische werk. Platte grond slachthuis De indeling en muurwerken van het gebouw zijn in hoofdvorm origineel, aan de rechterzijde heeft een uitbreiding plaatsgevonden (in twee fasen). Deze uitbreiding wijkt in ontwerp en stijl af van het historische gebouw. De opbouw van de plattegrond is kenmerkend voor slachthuizen uit deze periode, compleet met aanvoerruimte van het vee, slachthal, darmwasserij, verbloedingruimte, kadaverput, opslaghal, opzichterkantoor etc. Aan het plafond is een railsysteem bevestigd waarmee de routing en de werkwijze duidelijk in beeld komt. Het muurwerk is zwaar uitgevoerd om het klimaat in het gebouw te kunnen beheersen. De wanden zijn betegeld, met rechthoekige roomwit geglazuurde tegels, tot ca. deurhoogte. Tussen de entreehal en liet “opzichterskantoor” bevindt zich een stalen raam met roedenverdeling. De vloeren kennen twee afwerkingen (afhankelijk van het gebruik) een smeervloer met grove uitgewassen toeslag en een klinkervloer van fijn gebakken gele klinkers in cement gelegd en gevoegd. Het interieur is nog compleet aanwezig en is sterk verbonden met het exterieur.
Bijgebouwen De winkel en achterliggende stallen zijn qua materiaalgebruik en detaillering gelijk aan het hoofdgebouw. Het zadeldak is gedekt met rode opnieuw verbeterde Oud Hollandse pannen. De kozijnen, ramen en deuren zijn in hout uitgevoerd. Als onderdeel van het ensemble completeert dit bouwdeel het gebruik van het slachthuis.
Het kantoorgebouw is gelegen voor het hoofdgebouw met zicht op de entree. Dit gebouw is in 1959 gebouwd en getuigd van de groei die het bedrijf heeft doorgemaakt met een aparte administratie ruimte en een representatieve directeurskamer. Tevens de bouw van het laboratorium laten de ontwikkelingen zien die slachthuisindustrie heeft doorgemaakt. De stijl waar in het gebouw is opgetrokken sluit aan op de Amsterdamse School maar is eenvoudiger van architectuur. Een detail is de gemetselde schoorsteenpartij aan de straatgevel. Het metselwerk is egaal en oker van kleur de kozijnen zijn in tegenstelling tot het hoofdgebouw van hout.