

Bezoekerscentrum
De Zuiderwaterlinie is een unieke ketting van historische vestingsteden en hun ommeland, verbonden door het typisch Nederlandse verhaal van verdedigen met het water. Het is de oudste, langste én meest gebruikte waterlinie van Nederland.
Tussen de koeien in, door het water lopen, in het oude stadhuis van Grave? Het kan in het allereerste bezoekerscentrum van de Zuiderwaterlinie. Dit mooie mini-museum, naast de vernieuwde Tourist Information, is gratis te bezoeken. Aan de hand van interactieve en informatieve elementen kun je er de Zuiderwaterlinie leren kennen en proef je de sfeer van de stelling Grave-Ravenstein.
Al sinds de Tachtigjarige Oorlog – ruim 450 jaar geleden – zet men in Brabant het water in als verdedigingsmiddel. Hier ligt dan ook de eerste echte waterlinie van Nederland. Na de strijd tegen de Spanjaarden deed deze linie dienst tegen de Fransen en Belgen, tot gevechtsvliegtuigen in de Tweede Wereldoorlog een eind maakten aan de Zuiderwaterlinie als militaire verdedigingslinie.
Na de Tachtigjarige Oorlog raken de verdedigingswerken in verval. Maar de dreiging uit het Zuiden houdt aan. Daarom ontwerpt Menno van Coehoorn in de 17e eeuw één ketting van waterlinies. Het Brabantse deel van dit staaltje ingenieurskunst noemen we nu De Zuiderwaterlinie. Het is de langste aaneengeschakelde linie van vestingsteden, forten en inundatiegebieden van Nederland. De linie maakt het de Fransen vanaf 1747 lastig. Maar in 1794 werkt de kou tegen: de Fransen steken eenvoudigweg de bevroren rivieren over en overheersen tot 1814. De onrust keert in 1830 terug. Als de Belgen onafhankelijk worden, maakt dat Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen opnieuw grensgebied van Nederland. De verdegingswerken van Noord-Brabant worden versterkt, maar er komt geen oorlog.